woensdag 03 augustus 2011 door Els Steegmans/Schrijverspodium
Vandaag, 3 augustus, krijgt Elvis Peeters de hoofdrol in het verruimde literatuurprogramma van Theater Aan Zee. Gastcurator Josse De Pauw besliste samen met TAZ#2011 om de tent op het Zeeheldenplein niet enkel open te stellen voor de klassieker Uitgelezen, waarbij een vast panel en hun gasten twee boeken bespreken. Deze editie staat er elke dag een auteur in de kijker. ‘s Middags leest hij of zij uit eigen werk als auteur in O. ‘s Avonds komt daar een muzikale lijn bij: componiste Corrie Van Binsbergen en haar band maken er een Schrijversconcert van. Deze editie twee premières: toneel/veelauteur Elvis Peeters en dichter Paul Bogaert.
Elvis Peeters duikt voor de gelegenheid in zijn toneelwerk, al zijn zijn teksten moeilijk onder één noemer te vatten. "Proza, lyriek en toneel, bij Elvis Peeters gaan ze haast naadloos in elkaar over binnen een enkele schriftuur ... De intentie waarmee je zijn teksten leest, lijkt wel bepalend te zijn voor de literaire categorie die je erin ontdekt." concludeerde Tijd Cultuur in 1999. Meer dan een decennium en talrijke teksten later, steeds samen met trouwe schrijf- en levenspartner Nicole Van Bael, blijft dit gelden. Ook liederen, vaak leesbaar als gedichten, spelen een belangrijke rol in het spreken van de personages en stuwen de actie voort. Niet verwonderlijk: Elvis Peeters debuteerde met een Nederlandstalige punkgroep Aroma di Amore en was in talrijke muziekprojecten actief. Dit muzikale aspect vloeide door naar en in de hoorspelen die hij o.a. voor VRT maakte. Het luisterspel Sirenen, het tweede deel van de cyclus De taal die wij spreken krijgt 's avonds een nieuwe uitvoering met Corrie Van Binsbergen samen met o.a. fragmenten van het nog onopgevoerde Grensgeschil. In de ochtend komt De bidsprinkhaan en haar minnaars aan bod en een preview op de theaterbewerking van de roman Wij. Kortom, met een zeebries door de haren put Elvis Peeters uit zijn rijk archief, dat hij nu ook ontsloot op Schrijverspodium. Gastcurator Josse De Pauw deed hetzelfde. Klik hier voor programma-info over Elvis Peeters als Auteur in O. en het Schrijversconcert.
woensdag 03 augustus 2011 door Marjolein Corjanus
Een schooldistrict in de Amerikaanse staat Missouri heeft besloten de klassieker Slaughterhouse Five van Kurt Vonnegut (1922-2007) van het curriculum te weren, zo melden onder meer The Guardian en de Huffington Post. De tienerroman Twenty Boy Summer van Sarah Ockler (1975) valt dezelfde twijfelachtige eer te beurt. Het boek Speak van Laurie Halse Anderson (1961), eveneens een tienerroman, mag na rijp beraad op het lesprogramma blijven staan. De stad in kwestie heeft de toepasselijke naam Republic.
Het besluit volgt op een felle aanklacht van ene Wesley Scroggins, docent aan de Missouri State University. Eind vorig jaar publiceerde hij een column onder de titel 'Filthy books demeaning to Republic Education' nadat hij met kennelijke interesse de drie romans gelezen had.
Volgens Scroggins is de wereldberoemde satire Slaughterhouse Five (1969) niet geschikt voor scholieren omdat het boek vol staat met schuttingtaal en blasfemisch is. Het boek Twenty Boy Summer (2010), een gevoelige 'coming of age' roman die in de kritieken goed ontvangen werd, zou voor tieners zuipfeestjes en seks verheerlijken. Ten slotte kwalificeert Scroggins de roman Speak uit 1999 als softporno. Het bevalt hem niet dat er een probleemgezin in voorkomt en dat er verkrachtingsscènes in staan beschreven. Speak handelt over een tienermeisje dat met de gevolgen van verkrachting moet zien te leven. Het boek was een bestseller en werd in 2004 verfilmd.
Volgens Scroggins druist het gebruik van deze boeken op school tegen de principes van de bijbel in: "Hoe kunnen christenen kinderen blootstellen aan zoveel zedeloosheid? Willen de ouders en belastingbetalers hier dat kinderen dit op school te lezen krijgen?"
De kritiek van Scroggins vond gehoor bij het schoolbestuur van Republic dat deze week bekendgemaakt heeft dat de romans van Vonnegut en Ockler inderdaad van het programma en uit de bibliotheek zullen verdwijnen (zie hier)
In een cynisch commentaar op haar blog meldt Sarah Ockler dat met dit besluit de 'crazy train' nu dan eindelijk is ontspoord. Eerder loofde ze al twee 'Wesley Scroggins Filthy Books Prize Packs' uit voor wie zijn steun voor de schrijfster uitsprak. Op Twitter en elders reageerde men massaal. Ockler stopte ook pure chocolade bij het pakket: "Omdat het gevaarlijk en stout is en goed bij verboden boeken past."
dinsdag 02 augustus 2011 door Dirk Leyman
Regisseur Ben Sombogaart gaat het jeugdboek Koning van Katoren van Jan Terlouw verfilmen. De familiefilm moet tegen de kerst van volgend jaar in première gaan, aldus producent Kees Kasander.
Sombogaart maakte eerder films als De Storm en Bride Flight. Op 22 september gaat zijn nieuwste thriller Isabelle met Halina Reijn in première. De 17-jarige Martijn Lakemeier is de beoogde hoofdrolspeler van Koning van Katoren. Hij maakte op 14-jarige leeftijd zijn acteerdebuut in de speelfilm Oorlogswinter, ook gebaseerd op een boek van Jan Terlouw. De jonge acteur kreeg een Gouden Kalf voor die rol.
Jan Terlouw schreef het boek in 1971. Een jaar later verwierf hij er de Gouden Griffel mee. Koning van Katoren gaat over de 17-jarige Stach die zeven opdrachten moet uitvoeren om de koning te kunnen worden van het land Katoren. Terlouw, die in de jaren tachtig namens D66 minister van Economische Zaken was, verwerkte beginselen van zijn partij in het kinderboek. Vorig jaar ging de verfilming van Terlouws boek Briefgeheim in première. De opnamen van Koning van Katoren beginnen in februari volgend jaar. (bron: NOVUM)
dinsdag 02 augustus 2011 door Wineke de Boer
Bij het lanceren van een nieuw tijdschrift is het goed om een beetje te bluffen. Op de eerste pagina's van het nulnummer van Terras gaat het er dan ook tamelijk ronkend aan toe. "Terras zoekt de pakkende verwoording van dat wat we niet zomaar doorgronden, maar waar we niet aan kunnen ontkomen. " De redactie van Terras, met daarin onder meer Mischa Andriessen, Kim Andringa en Jan Baeke, vindt inspiratie bij het in 2008 opgeheven tijdschrift Raster. Ze wil Raster uitdrukkelijk niet voortzetten, maar wel dezelfde "nieuwsgierigheid, attitude en aanpak als Raster laten zien".
Waarin Terras zich onderscheidt, en een beetje lijkt op Raster, is dat de blik vooral gericht is op wat er buiten de landsgrenzen gebeurt. In dit eerste nummer ligt het accent op poëzie. We vinden onder meer een portret van de Chinees-Taiwanese dichter Shang Ch'in, poëzie van de Zweed Lars Gustafsson, de Amerikaan Russel Edson, de Australiër Les Murray en de Duitse Monika Rinck. Proza is er van de Amerikaan Richard Powers en de Fransman Pierre Michon. Poëzie van eigen bodem is er ook: Jan Baeke en Tonnus Oosterhoff droegen enkele pagina's bij.
De buitenlandse dichters en schrijvers worden kort en helder geïntroduceerd door liefhebbers met kennis van zaken, of hun vertalers. Maar die introducties zijn afgedrukt in kolommen smaller dan die in een krant, wat voor de bladspiegel wel mooi is, maar niet zo aangenaam bij het lezen. Gelukkig zijn de opgenomen tekstfragmenten wel gewoon over de volle breedte van de pagina afgedrukt.
Op de onderling zeer verschillende gedichten van Les Murray na, hebben de buitenlandse dichters met elkaar gemeen dat ze "proza-gedichten" schrijven: het zijn bijna korte verhaaltjes, met een per dichter variërende abstractiegraad. Een kennismaking met poëten uit den vreemde is een goed uitgangspunt voor een eerste nummer van een nieuw tijdschrift (al is Gustafsson, in de vertaling van Bernlef, al een bekende voor de Raster-lezer). Niet nodig om daar nog meer pretenties bij te hebben. Zo urgent en ontkoombaar zijn het verhaal van Richard Powers en het essay van Janneke Wesseling (over de horizon in de schilderkunst) nu ook weer niet.
Interessant om nog te vermelden is dat de website die het tijdschrift hoort geen slap aftreksel is van de papieren versie, in navolging van De Revisor (zij het minder interactief).
maandag 01 augustus 2011 door Marjolein Corjanus
De Amerikaanse schrijver en kunstenaar Art Spiegelman (1948) zal dit najaar een boek publiceren over de totstandkoming van zijn wereldberoemde graphic novels Maus I (1986) en Maus II (1991), zo heeft zijn agent bekendgemaakt. Het boek zal fungeren als handboek bij de twee genoemde boeken, later gebundeld als The Complete Maus. In MetaMaus zet Spiegelman zijn beweegredenen voor het schrijven van Maus uiteen en hoe hij tot zijn keuze van dieren (zoals muizen en katten) kwam voor de verbeelding van het levensverhaal van zijn vader, een Poolse Jood die de Holocaust overleefde. Het boek en de bijbehorende dvd bevatten Spiegelmans complete archief alsmede de interviews van de schrijver met zijn vader, die als basis dienden voor Maus. Volgens de agent betreft het geen stripboek maar staat het wel vol met illustraties, foto's en andere afbeeldingen.
De publicatie van Maus leverde Spiegelman internationale erkenning op, niet alleen omdat het een indringende biografie is die handelt over de trauma's van vader Vladek en de moeizame verhouding met zijn zoon Art. Maus verbeeldt ook de worsteling van de schrijver om het verleden, de overlevering en in het bijzonder de geschiedenis van de Holocaust in woord en beeld op de juiste manier vorm te geven. De keuze voor de stripvorm en voor dieren als allegorie voor de verschillende nationaliteiten was dusdanig verrassend en vernieuwend dat critici moeite hadden het boek in een categorie onder te brengen. In 1992 won Maus de Pulitzer Price Special Award, tot dusver een unicum voor een stripboek.
In een interview liet Spiegelman, die zo'n zeventien jaar aan Maus werkte, eerder al weten blij te zijn de acht boekenplanken met documentatie te kunnen opruimen 'once it's been MetaMaus-ed'. Nu het boek ook vaak op scholen wordt gelezen en bestudeerd, vond hij de tijd rijp een handboek samen te stellen.
Recentelijk publiceerde Spiegelman de bloemlezing Breakdowns (2008) en de bundeling schetsboeken Be A Nose (2009). Dit jaar kreeg hij de Grand Prix van het Internationale Stripfestival in Angoulême toegekend, een eer die slechts bij uitzondering aan niet-Franse auteurs wordt toegekend.
zondag 31 juli 2011 door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen
Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Met Milan Kundera, Robert Anker, Willem Melchior, Alan Hollinghurst, Hisham Matar en anderen.

In
Oorlogshond laat Robert Anker zien dat een sterke man zonder ideologie een gevaar is voor de samenleving, vindt Maarten Dessing in
Knack. "Toch is alleen het eerste deel van
Oorlogshond werkelijk spannend" besluit hij, in de andere twee delen wordt hoofdpersoon Michel De Ruyter "meer eendimensionaal". En Lukas De Vos is formeel over
Bastille van Roger Schoemans: "
Bastille is een meesterwerk, een van de tien te onthouden thrillers die ooit al in Vlaanderen geschreven zijn". Voor het bespreken van
Wees gerust, maar niet hier, de tweede bundel van de jonge Stijn Vranken wil Philip Hoorne focussen op het positieve, wat resulteert in: "de onverbeterlijke romanticus" blijft in sommige gedichten "handig aan de juiste kant van de dunne scheidingslijn tussen flauw en flink".
"Zoals Sheherazade uit de wonderlijke vertellingen van Duizend-en-een-nacht verleidt Van Loo de lezer via zijn enthousiasmerende verhalen over de Franse literaire, culinaire en erotische cultuur. Je zou van minder francofiel worden" verzucht Frank Hellemans na lectuur van Bart Van Loo's gebundeld drieluik in Eten! Lezen! Vrijen! De Frankrijktrilogie.
"De wijze waarop het heden verglijdt in het verleden en wat dit met een mens en zijn omgeving doet" is voor Marnix Verplancke in De Morgen het echte onderwerp van de "ronduit verpletterende roman" Kind van een vreemde van Alan Hollinghurst. Of "Die Hollinghurst, besef je dan, is ook een kleine Proust". Van de bescheiden briefwisseling tussen W.F. Hermans en F. Bordewijk, nu verzameld in Een onmiskenbare verwantschap. Brieven 1944-1965, "slaat een zekere saaiheid af" merkt Dirk Leyman op: "Wat irriteert, is de erg stijve, formele toon waarop de briefwisseling zich ontspint". Dirk Leyman is ook terughoudend over Op zee van Volkskrant-journalist en columnist Toine Heijmans, dat debuut leest "door de hakkerige, korte en ietwat naïeve zinnen vooral als een jeugdroman". Nog een debutant is Renske Jonkman, die brengt voor Dirk Leyman met Zo gaan we niet met elkaar om "een doorsnee eigentijds debuut, al is het er een met weerhaakjes".
Marnix Verplancke was helemaal verkocht door Evenbeeld, de nieuwe roman van schrijver-regisseur Neil Jordan, hij las "een met typisch Ierse combinatie van weemoed en humor geschreven roman". Ook veel positiefs over de verhalenbundel Polsslag van Julian Barnes, vooral in de ernstige verhalen bereikt Barnes "het summum van zijn kunst" luidt het bij Marnix Verplancke die de mindere verhalen er dan maar met de glinlach bijneemt.
Ook deze week weer drie poëzierecensies: Paul Demets las Minnezang van Kurt De Boodt, (die "laat niet na om de geldingsdrang van de mens, voor wie het heelal zelfs te klein is, op een speelse manier te hekelen"), Schrijver en lezer van Toon Tellegen ("Tellegen laat met ernst en ironie zien dat schrijver en lezer niet zonder elkaar kunnen") en Likmevestje van Elma van Haren ("door de vastere vorm, de geringere gelaagdheid en de opstandige toon in sommige gedichten spreekt Van Haren hier op de eerste plaats jongeren sterk aan.)
Voor De Standaard sprak Mark Cloostermans met Willem Melchior over homoseksualiteit, masochisme en over het schrijven van Lichaam der smarten "'Het moest over de beleving van het lichaam gaan. Het moeilijke is: als je het lichaam beschrijft, ben je gauw klaar(..) Ik wilde iets uitdrukken wat niet in woorden uit te drukken valt, en waar je dus met omtrekkende bewegingen bij in de buurt moet zien te komen". En over het voor zijn doen zeer beknopte vorm: "Nee, dit boek moést kort. Ik ben tweeënhalf jaar bezig geweest om het kort te houden".
In Misdaad weet Irvine Welsh wel de sfeer van een plek te vatten, vindt Kathy Mathys maar de eerste misdaadroman van de Schotse auteur, gesitueerd in Miami, blijft een "hobbelige, wisselvallige rit". Liefde kent veertig regels is Elif Shafaks meest toegankelijke boek stelt Michaël Bellon vast. De roman over een Amerikaanse huisvrouw die geintrigeerd raakt door het soefisme is door beschrijving van een "onconventionele liefde tussen twee mannen, de overwogen keuze van haar vrouwelijke hoofdpersonage voor ontrouw en scheiding van man en kinderen, en met een einde waarin de dood een hoofdrol speelt voldoende tegendraads". Kathy Mathys heeft het kort over De ruwe weg van Willy Vlautin en Mark Cloostermans peilt in "De boekhandelblues" naar de moeilijke tijden voor de onafhankelijke boekhandel. In de reeks "De ingeving" heeft prentenboekenmaker Pieter Gaudesaboos het over zijn inspiratiemomenten: reizen brengt inspiratie en luisteren naar audioboeken tijdens het tekenen verlichten het werk.
Sybilla Claus legt in Trouw de pijn van vertalers en lezers van onbekende literaturen bloot, naar aanleiding van Shin Kyung-sooks Waar is onze moeder?, vertaald via het Engels. Het boek is oorspronkelijk Koreaans, en daaruit zijn amper tien boeken vertaald. Remco Breuker, vanaf september hoogleraar Koreaanse taal en cultuur aan de Universiteit van Leiden, en vertaler: "De Zuid-Koreaanse president wil na Japan wat graag een Nobelprijs binnenhalen. Daarom is er nu een goed gevuld fonds voor vertalingen, promotie en drukwerk. Behalve Hwang is de andere Koreaanse kandidaat voor die felbegeerde prijs de dichter Ko Un. Een vertaling van diens werk krijgen we pas als hij wint. Wij missen tientallen grote Koreaanse schrijvers."
De boekenbijlage zelf van Trouw wordt geopend door Ger Leppers, over Hisham Matars Anatomie van een verdwijning: "Hij slaagt erin de lezer bijna fysiek te laten voelen wat het betekent om onder een dictatuur te leven, onder een bewind waarin - dat maakt hij goed duidelijk - heel andere zekerheden en onzekerheden bestaan dan in een reguliere democratie. Matars nieuwe boek is spannend als een thriller en tegelijkertijd is het een subtiele psychologische roman." Het blijft niet bij deze lof. Ook Amal Chatterjee is enthousiast, ditmaal over Patrick Whites De ontdekking van Australië: "White"s taal, rijk en beeldend, herinnert eraan dat een goed verhaal niet veel actie nodig heeft, het hoeft zelfs niet te graven naar diepe emoties of zieleleven. In plaats daarvan kan het gelaagd en complex zijn als een landschap dat de lezer naar binne trekt en vasthoudt, totdat we de melancholie van de personages delen en ze volgen in hun groei, niet naar pieken van vreugde, maar naar een zekere bevrediging, berusting."
Meer lof. Antoine Verbij over Negen: "Alles wat Stasiuk met zijn pen aanraakt, verandert in een zwaarmoedige droom waaruit de lezer het liefst zo snel mogelijk zou willen ontwaken. Maar de schrijver verleent die droom een onweerstaanbare melancholieke glans." Rob Schouten over Julian Barnes' Polsslag "Barnes geeft geen pasklare antwoorden, hij beeldt slechts uit, het is de lezer die het allemaal voelt kloppen." En Ger Leppers ten slotte over In Koli Jean Bofanes Congolese wiskunde: "Het wemelt in Congolese wiskunde van de schilderachtige personages, wier zorgen en conflicten de gebeurtenissen voortstuwen."
In de Volkskrant onderzoekt Hans Bouman in een "lekker lange leeslijst" de kandidaten voor de "Great American Novel", van Franzen (Freedom, "impliciet uitgeroepen tot het grootste fictiewerk van deze tijd. Na aanvankelijk overweldigende instemming volgde al snel een tegenreactie"), Twain, via Scott Fitzgerald en Steinbeck, Saul Bellow, Toni Morrison, Philip Roth, Don DeLillo en David Foster Wallace. Een lijst die tot lezen aanzet. Erik van den Berg introduceert Mervyn Peakes Gormenghast, nu uitgebreid met een boek door diens echtgenote, Maeve Gilmore: "Vreemd en een beetje griezelig, maar ook wonderlijk bevredigend. Precies de woorden die bij Mervyn Peake passen."
Korte besprekingen van Miguel de Unamuno, Abel Sanchez (Maarten Steenmeijer: "niet alleen Unamuno's kaalste, maar ook zijn indrukwekkendste roman"), Martin Suter, De kok, Trudy van Wijk, Wat zingt het popelend refrein? Over muziek en dans in het werk van Ida Gerhardt, Céline Curiol, Adempauze, en Fred Vargas, Vervloekt (Ineke van den Bergen: "De manier waarop Vargas fictie, fantasy en realiteit een onzeker, maar onstuitbaar verband laat sluiten, en daarbij speelt met menselijke en dierlijke verhoudingen, is oneindig knap.").
Kundera-vertaler Martin de Haan schrijft in NRC Handelsblad over de Milan Kundera, wiens werk nu bij leven in de Bibliothéque de la Pléiade is opgenomen. De helft is door hemzelf naar het Frans vertaald: "Sterker nog, de schrijver neemt als vertaler vrijheden die een andere vertaler nooit zou nemen, door passages te herschrijven of er zelfs elementen uit te schrappen. Het gevolg is dat de verschillende door Kundera tot "definitief" verklaarde versies niet volledig parallel lopen." Peter de Bruin leest dan rookroman Nikotin van Gregor Hens ("Zoals de roker zijn verslaving romantiseert, zo romantiseert Hens in Nikotin het stoppen; in die zin is hij inderdaad een roker gebleven. Hij schreef dit boek om in zijn besluit te volharden, hoewel hij zichzelf ook in gevaar bracht door zich zo intensief over het onderwerp te buigen.").
In de zomerse interviewreeks van NRC spreekt Elsbeth Etty Anil Ramdas. "Omdat ik het gevoel had dat een essay of een pamflet niet memorabel genoeg zou zijn en niet alle kanten van de problematiek zou kunnen belichten. De zwakte van het personage Badal en van de menselijke conditie in het algemeen in één essay tegelijk behandelen was te veel. In een roman kun je switchen van het allergrootste naar het allerkleinste en daarin een evenwicht proberen te vinden." Volgen fictiebesprekingen, door Arjen Fortuin van Chaja Polaks De verlegen minnaars, "een mooie, maar hier en daar wel erg ingehouden roman", door Auke Hulst van de nieuwe Sri Hustvedt ("De zomer zonder mannen lijkt op essentiële punten te oppervlakkig om te blijven boeien. [...] Maar door [Hustvedts] keuze van bijkarakters, en haar afnemende interesse, bevestigt Hustvedt het vooroordeel waar haar hoofdfiguur zich met recht tegen verzet.") en door Jan Donker van Ross Raisins Waterline. "Raisin kan geweldig schrijven; ook in de grauwste episodes blijft zijn cadans feilloos en zijn woordkeus authentiek. Hij heeft met Waterline opnieuw een sterke proef afgeleverd, maar de zwakke punten dringen zich hier wat meer op dan in zijn debuut."
Jolande Withuis, ten slotte, over Mary McCarthy's De groep: "Maar de pen waarmee ze de besognes tekende van haar voormalige medestudentes - hun woninginrichting, jurken, mannen en de gekelderde waarde van de familieaandelen - was behalve geestig ook vinnig. Ik vind het lastig te bepalen tot welk genre De groep moet worden gerekend, en ik heb de indruk dat McCarthy daarover ook zelf aarzelde."

In Vrij Nederland leest Carel Peeters
de brieven tussen Sigmund Freud en
Martha Bernays, "getuigen van een stormachtige tijd waaraan veel emotioneel vuurwerk te pas komt", sterker, het zijn "in alle opzichten zuivere liefdesbrieven [...] omdat er uiteindelijk weinig substantieels in staat: geen psychologische, diepzinnige uiteenzettingen, maar vooral liefdestaal, liefdesgedo, liefdesverklaringen, liefdesstemmingen, gepraat over ouders, familie, vrienden, huiselijke zaken en een beetje over het werk". Vonne van der Meer weet een neutrale scène uit Murakami's Ten zuiden van de grens seksueel te lezen en Lex ter Braak leest de onlangs vertaalde roman van Aris Fioretos ("De laatste Griek is niet moralistisch maar heeft alles in zich om ons uit onze slaap te houden. Zijn onsterfelijke held zoemt in een vergeefs gesloten wereld overal.").
En: korte besprekingen van Erik Menkvelds Het grote zwijgen, Lawrence Hills Het negerboek, Sherwood Anderson's Winesburg, Ohio, Mensje van Keulens De verhalen, Tim Davys' Amberville, Ewout Klei's Klein maar krachtig en Pausanias' Beschrijving van Griekenland.
Drie recensies, deze Parool, waarvan die van Arie Storm het duidelijkste is: "Renske Jonkman (1982) schreef met Zo gaan we niet met elkaar om een nogal Nederlands romandebuut. Dat heeft prettige en minder prettige kanten." Die laatste overheersen, blijkt al snel.
In HP|De Tijd sprak Vivian de Gier Robbert Welagen (Porta Romana), over de onverkoopbaarheid van zijn werk: "Mijn boeken kunnen juist aantrekkelijk zijn voor drukbezette mensen. Ze zijn van een goede lengte - ik neem niemands tijd al te lang in beslag. Ze zijn begrijpelijk, spannend... Ik denk dat er nog een groot publiek te winnen valt". Geen Max Pam, wel Dries Muus, die vindt dat Thoméses Grillroom Jeruzalem "een beter, verrassender beeld van het conflict [schetst] dan de meeste nieuwsitems of achtergrondartikelen". Hij gaat ook in op Grunbergs Brieven aan Esther, en Pauline Bijster las David Kirkpatricks Het Facebook effect.
zondag 31 juli 2011 door Dirk Leyman
Uitgeverij Waanders en uitgeverij d'jonge Hond hebben hun krachten gebundeld en gaan vanaf heden verder onder de naam WBOOKS. De nieuwe uitgeverij zal haar content "via meerdere publicatiekanalen" distribueren, maar ook de "kwalitatief hoogwaardige uitgaven in druk blijven uitgeven." Directeur Dennis Kind zegt dat "na 175 jaar ervaring" de uitgeverij nu ook "crossmediale kunst- en cultuurproducties toevoegt aan haar lijst van kunst-, lifestyle- en geschiedenisboeken." Waanders is de grootste uitgever van kunstboeken in Nederland en heeft vooral een rijke ervaring op het gebied van geschiedkundige uitgaven.
De afgelopen maanden heeft Uitgeverij Waanders een strategische heroriëntatie doorgevoerd. Daarbij verdwenen acht personeelsleden. Het eerste concreet resultaat was dat de omzet van WBOOKS dit jaar met 15 procent ten opzichte van 2010 is gestegen, zo meldt Boekblad.
Na de lancering van WBOOKS.com op 2 september eerstkomend volgt dit najaar ook de lancering van Artplatform.nl met actuele en locatie-gebonden informatie, complementair aan Museumtijdschrift, dat 8 keer per jaar verschijnt. De eerste uitgaven die onder de naam WBOOKS zullen verschijnen zijn Wolterinck's World BeFore, Mode © Kunst, De Gouden Eeuw van China|Tang-dynastie, Pelgrims|Onderweg naar Santiago de Compostela en Het land van Martin Kers.
zaterdag 30 juli 2011 door Han Ceelen
De Amerikaanse kwaliteitskrant The Los Angeles Times heeft al zijn freelance boekrecensenten aan de dijk gezet. Dat meldt het boekenvakblad Publishers Weekly. De medewerkers kregen deze week te horen dat hun recensies en columns worden geschrapt en dat ze niet worden vervangen. Voortaan zullen collega's in vaste dienst alle boekbesprekingen voor hun rekening nemen. Volgens chef boeken Jon Thurber betreft het een pure bezuinigingsmaatregel. "We moeten snijden in onze freelance budgetten."
Een van de getroffen recensenten is Susan Salter Reynolds, die al 23 jaar voor de Times werkte, zowel freelance als in vaste dienst. In december 2009 werd ze samen met 40 andere redacteuren ontslagen, om spoedig daarna weer te worden aangenomen op parttimebasis. "We kregen een derde betaald van ons vroegere salaris, en raakten onze ziektekostenverzekering kwijt", aldus Reynolds. "Twee maanden geleden kregen we opeens een freelance status, wat betekende dat we het gebouw van de Times niet meer in mochten." Reynolds noemt de beëindiging van de samenwerking "geen slimme businessbeslissing", en zei zich honds behandeld te voelen.
De boekenredactie van de LA Times bestaat nu nog uit vier mensen. Volgens een woordvoerder zal de maatregel geen gevolgen hebben voor de aandacht die er aan boeken wordt besteed. De Times is met een oplage van 723.000 exemplaren door de week en ruim 1 miljoen op zondag, een van de grootste kranten in de VS. De publicatie verkeert al jaren in zwaar weer. In 2008 werd de toonaangevende boekenbijlage Los Angeles Times Book Review opgeheven (zie dit bericht). Dat leidde destijds tot een storm van protest.
vrijdag 29 juli 2011 door Han Ceelen
De Canadese schrijfster en kunsthistorica Sarah Thornton (foto) heeft van een Londense rechter 74.000 euro schadevergoeding gekregen vanwege een giftige recensie over haar werk in de Daily Telegraph, zo meldt BBC News. Het gaat om een kritiek die journaliste Lynn Barber in 2008 schreef van Thorntons boek Seven Days in the Art World (in het Nederlands verschenen bij de Bezige Bij als Art. Achter de schermen van de kunstwereld). Volgens de uitspraak was de bespreking rancuneus en bevatte ze verscheidene feitelijke onjuistheden.
Een van die onjuistheden is volgens de rechtbank Barbers beschuldiging dat zij niet door Thornton werd geïnterviewd voor het boek, terwijl ze wel is opgenomen in de lijst van geïnterviewde personen. Ook verwierp het gerecht Barbers bewering dat Thornton de geïnterviewden het recht gaf wijzigingen aan te brengen in hun bijdragen aan het boek.
Thornton reageerde verheugd op de uitspraak: "Deze zaak gaat in de kern over journalistieke integriteit. In een tijd waarin de ethiek van de tabloids onder het vergrootglas ligt, is dit een voorbeeld van een journalist van een ‘kwaliteitskrant' die zijn macht misbruikt.' De Daily Telegraph kondigde aan in beroep te gaan. "Wij verwerpen de conclusie dat Lynn Barber roekeloos en uit kwaadaardigheid heeft gehandeld", aldus een woordvoerder. Volgens hem kan de uitspraak ook ongunstige gevolgen voor de vrijheid van meningsuiting
In Art. Achter de schermen van de kunstwereld leidt Thornton de lezer langs een veiling bij Christie's, een prestigieuze kunstacademie, de studio's van Takashi Murakami, de kunstbeurs Art Basel en de Biënnale van Venetië. Haar tegenstandster Lynn Barber is Engeland geen onbekende. Ze schreef een ophefmakend boek over haar jeugdliefde met een oudere man, dat als basis diende voor Nick Hornby's filmscript An Education. Ook won ze verschillende journalistieke prijzen en treedt ze geregeld op in de tv-serie Grumpy Old Women.
donderdag 28 juli 2011 door Dirk Leyman
De Hongaarse schrijfster Agota Kristof is op 75-jarige leeftijd overleden in Zwitserland, waar ze sinds haar 21ste in exil verbleef. Kristof maakte vooral naam met het wrede Het dikke schrift (1986), onderdeel van de befaamde in het Frans geschreven Tweelingentrilogie. Die leverde haar vergelijkingen met Samuel Beckett en Eugène Ionesco op.
Kristof leverde een in omvang bescheiden, maar in intensiteit erg beklemmend oeuvre af, dat in twaalf landen vertalingen kende. "Wie wäre mein Leben gewesen, wenn ich mein Land nicht verlassen hätte? Härter, ärmlicher, denke ich, aber auch weniger einsam, weniger zerrissen, vielleicht glücklich", vroeg ze zich af in haar autobiografische vertelling De analfabeet.
De auteur werd in 1935 geboren in het Hongaarse Csikvand, maar groeide op in het dorpje Käszèg, nabij de Oostenrijkse grens. De plek zal in versluierde vorm een vooraanstaande rol spelen in haar oeuvre. Al op haar 21ste koos Kristof ervoor om het hazepad te kiezen naar Zwitserland, na de repressieve onderdrukking door het Sovjetleger van de Hongaarse opstand. Tijdens haar
jeugd en haar internaatsjaren in haar geboorteland schreef ze reeds gedichten, die ze later resoluut afwees als "een jeugdzonde". Meer zelfs, ze was erdoor "gedegoûteerd", vertelde ze later. Kristof voelde zich al jong aangetrokken tot de Franstalige literatuur. Vanaf de jaren zeventig begon ze in het Frans literatuur te schrijven. Uiteindelijk zou ze drieëntwintig boeken schrijven, waarvan er maar negen uiteindelijk het licht zagen. In 1986 beleefde Kristof op haar drieënvijftigste haar literaire doorbraak met de wrede en sombere roman Het dikke schrift, die een autobiografische achtergrond heeft en een liefdeloze wereld vol ontheemding toont. Trauma's door oorlog en geweld en de gevolgen van overmatig alcoholverbruik zijn alomtegenwoordig in het boek, waarin een tweeling op het platteland zich wapent tegen de hun vijandige, omringende wereld. De cynische personages en de koude, bijna crue stijl vielen meteen op en herinnerden aan het werk van Thomas Bernhard. Maar ook vergelijkingen met de absurde wereld van Samuel Beckett en Eugène Ionesco waren niet uit de lucht.
Het dikke schrift (Le grand cahier) vormde een drieluik met Het bewijs (1988) en De leugen (1991), resulterend in de zogenaamde tweelingentrilogie. Het Zwitserse dagblad Tages-Anzeiger vindt dat "het schrijven geen therapie was voor Kristof, maar een kwestie van leven of dood." Kristof mocht veelvuldig bekroningen ophalen, waaronder de Franse Prix Inter, de Schillerpreis voor haar complete oeuvre in 2005, de Europese Oostenrijkse literatuurprijs en de Hongaarse staatsprijs, de Prix Kossuth. Vanaf 1995 schreef ze niet langer romans, maar legde ze zich toe op hoorspelen en theater. Kort na het schrijven van haar autobiografie Gisteren in 2005, stopte ze definitief met de literatuur. Kristof was langdurig ziek en overleed woensdag in het Zwitserse Neuchâtel, waar ze zich sinds haar exil had gevestigd. Zie onder meer The Independent.