zondag 31 juli 2011 door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen
Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Met Milan Kundera, Robert Anker, Willem Melchior, Alan Hollinghurst, Hisham Matar en anderen.

In
Oorlogshond laat Robert Anker zien dat een sterke man zonder ideologie een gevaar is voor de samenleving, vindt Maarten Dessing in
Knack. "Toch is alleen het eerste deel van
Oorlogshond werkelijk spannend" besluit hij, in de andere twee delen wordt hoofdpersoon Michel De Ruyter "meer eendimensionaal". En Lukas De Vos is formeel over
Bastille van Roger Schoemans: "
Bastille is een meesterwerk, een van de tien te onthouden thrillers die ooit al in Vlaanderen geschreven zijn". Voor het bespreken van
Wees gerust, maar niet hier, de tweede bundel van de jonge Stijn Vranken wil Philip Hoorne focussen op het positieve, wat resulteert in: "de onverbeterlijke romanticus" blijft in sommige gedichten "handig aan de juiste kant van de dunne scheidingslijn tussen flauw en flink".
"Zoals Sheherazade uit de wonderlijke vertellingen van Duizend-en-een-nacht verleidt Van Loo de lezer via zijn enthousiasmerende verhalen over de Franse literaire, culinaire en erotische cultuur. Je zou van minder francofiel worden" verzucht Frank Hellemans na lectuur van Bart Van Loo's gebundeld drieluik in Eten! Lezen! Vrijen! De Frankrijktrilogie.
"De wijze waarop het heden verglijdt in het verleden en wat dit met een mens en zijn omgeving doet" is voor Marnix Verplancke in De Morgen het echte onderwerp van de "ronduit verpletterende roman" Kind van een vreemde van Alan Hollinghurst. Of "Die Hollinghurst, besef je dan, is ook een kleine Proust". Van de bescheiden briefwisseling tussen W.F. Hermans en F. Bordewijk, nu verzameld in Een onmiskenbare verwantschap. Brieven 1944-1965, "slaat een zekere saaiheid af" merkt Dirk Leyman op: "Wat irriteert, is de erg stijve, formele toon waarop de briefwisseling zich ontspint". Dirk Leyman is ook terughoudend over Op zee van Volkskrant-journalist en columnist Toine Heijmans, dat debuut leest "door de hakkerige, korte en ietwat naïeve zinnen vooral als een jeugdroman". Nog een debutant is Renske Jonkman, die brengt voor Dirk Leyman met Zo gaan we niet met elkaar om "een doorsnee eigentijds debuut, al is het er een met weerhaakjes".
Marnix Verplancke was helemaal verkocht door Evenbeeld, de nieuwe roman van schrijver-regisseur Neil Jordan, hij las "een met typisch Ierse combinatie van weemoed en humor geschreven roman". Ook veel positiefs over de verhalenbundel Polsslag van Julian Barnes, vooral in de ernstige verhalen bereikt Barnes "het summum van zijn kunst" luidt het bij Marnix Verplancke die de mindere verhalen er dan maar met de glinlach bijneemt.
Ook deze week weer drie poëzierecensies: Paul Demets las Minnezang van Kurt De Boodt, (die "laat niet na om de geldingsdrang van de mens, voor wie het heelal zelfs te klein is, op een speelse manier te hekelen"), Schrijver en lezer van Toon Tellegen ("Tellegen laat met ernst en ironie zien dat schrijver en lezer niet zonder elkaar kunnen") en Likmevestje van Elma van Haren ("door de vastere vorm, de geringere gelaagdheid en de opstandige toon in sommige gedichten spreekt Van Haren hier op de eerste plaats jongeren sterk aan.)
Voor De Standaard sprak Mark Cloostermans met Willem Melchior over homoseksualiteit, masochisme en over het schrijven van Lichaam der smarten "'Het moest over de beleving van het lichaam gaan. Het moeilijke is: als je het lichaam beschrijft, ben je gauw klaar(..) Ik wilde iets uitdrukken wat niet in woorden uit te drukken valt, en waar je dus met omtrekkende bewegingen bij in de buurt moet zien te komen". En over het voor zijn doen zeer beknopte vorm: "Nee, dit boek moést kort. Ik ben tweeënhalf jaar bezig geweest om het kort te houden".
In Misdaad weet Irvine Welsh wel de sfeer van een plek te vatten, vindt Kathy Mathys maar de eerste misdaadroman van de Schotse auteur, gesitueerd in Miami, blijft een "hobbelige, wisselvallige rit". Liefde kent veertig regels is Elif Shafaks meest toegankelijke boek stelt Michaël Bellon vast. De roman over een Amerikaanse huisvrouw die geintrigeerd raakt door het soefisme is door beschrijving van een "onconventionele liefde tussen twee mannen, de overwogen keuze van haar vrouwelijke hoofdpersonage voor ontrouw en scheiding van man en kinderen, en met een einde waarin de dood een hoofdrol speelt voldoende tegendraads". Kathy Mathys heeft het kort over De ruwe weg van Willy Vlautin en Mark Cloostermans peilt in "De boekhandelblues" naar de moeilijke tijden voor de onafhankelijke boekhandel. In de reeks "De ingeving" heeft prentenboekenmaker Pieter Gaudesaboos het over zijn inspiratiemomenten: reizen brengt inspiratie en luisteren naar audioboeken tijdens het tekenen verlichten het werk.
Sybilla Claus legt in Trouw de pijn van vertalers en lezers van onbekende literaturen bloot, naar aanleiding van Shin Kyung-sooks Waar is onze moeder?, vertaald via het Engels. Het boek is oorspronkelijk Koreaans, en daaruit zijn amper tien boeken vertaald. Remco Breuker, vanaf september hoogleraar Koreaanse taal en cultuur aan de Universiteit van Leiden, en vertaler: "De Zuid-Koreaanse president wil na Japan wat graag een Nobelprijs binnenhalen. Daarom is er nu een goed gevuld fonds voor vertalingen, promotie en drukwerk. Behalve Hwang is de andere Koreaanse kandidaat voor die felbegeerde prijs de dichter Ko Un. Een vertaling van diens werk krijgen we pas als hij wint. Wij missen tientallen grote Koreaanse schrijvers."
De boekenbijlage zelf van Trouw wordt geopend door Ger Leppers, over Hisham Matars Anatomie van een verdwijning: "Hij slaagt erin de lezer bijna fysiek te laten voelen wat het betekent om onder een dictatuur te leven, onder een bewind waarin - dat maakt hij goed duidelijk - heel andere zekerheden en onzekerheden bestaan dan in een reguliere democratie. Matars nieuwe boek is spannend als een thriller en tegelijkertijd is het een subtiele psychologische roman." Het blijft niet bij deze lof. Ook Amal Chatterjee is enthousiast, ditmaal over Patrick Whites De ontdekking van Australië: "White"s taal, rijk en beeldend, herinnert eraan dat een goed verhaal niet veel actie nodig heeft, het hoeft zelfs niet te graven naar diepe emoties of zieleleven. In plaats daarvan kan het gelaagd en complex zijn als een landschap dat de lezer naar binne trekt en vasthoudt, totdat we de melancholie van de personages delen en ze volgen in hun groei, niet naar pieken van vreugde, maar naar een zekere bevrediging, berusting."
Meer lof. Antoine Verbij over Negen: "Alles wat Stasiuk met zijn pen aanraakt, verandert in een zwaarmoedige droom waaruit de lezer het liefst zo snel mogelijk zou willen ontwaken. Maar de schrijver verleent die droom een onweerstaanbare melancholieke glans." Rob Schouten over Julian Barnes' Polsslag "Barnes geeft geen pasklare antwoorden, hij beeldt slechts uit, het is de lezer die het allemaal voelt kloppen." En Ger Leppers ten slotte over In Koli Jean Bofanes Congolese wiskunde: "Het wemelt in Congolese wiskunde van de schilderachtige personages, wier zorgen en conflicten de gebeurtenissen voortstuwen."
In de Volkskrant onderzoekt Hans Bouman in een "lekker lange leeslijst" de kandidaten voor de "Great American Novel", van Franzen (Freedom, "impliciet uitgeroepen tot het grootste fictiewerk van deze tijd. Na aanvankelijk overweldigende instemming volgde al snel een tegenreactie"), Twain, via Scott Fitzgerald en Steinbeck, Saul Bellow, Toni Morrison, Philip Roth, Don DeLillo en David Foster Wallace. Een lijst die tot lezen aanzet. Erik van den Berg introduceert Mervyn Peakes Gormenghast, nu uitgebreid met een boek door diens echtgenote, Maeve Gilmore: "Vreemd en een beetje griezelig, maar ook wonderlijk bevredigend. Precies de woorden die bij Mervyn Peake passen."
Korte besprekingen van Miguel de Unamuno, Abel Sanchez (Maarten Steenmeijer: "niet alleen Unamuno's kaalste, maar ook zijn indrukwekkendste roman"), Martin Suter, De kok, Trudy van Wijk, Wat zingt het popelend refrein? Over muziek en dans in het werk van Ida Gerhardt, Céline Curiol, Adempauze, en Fred Vargas, Vervloekt (Ineke van den Bergen: "De manier waarop Vargas fictie, fantasy en realiteit een onzeker, maar onstuitbaar verband laat sluiten, en daarbij speelt met menselijke en dierlijke verhoudingen, is oneindig knap.").
Kundera-vertaler Martin de Haan schrijft in NRC Handelsblad over de Milan Kundera, wiens werk nu bij leven in de Bibliothéque de la Pléiade is opgenomen. De helft is door hemzelf naar het Frans vertaald: "Sterker nog, de schrijver neemt als vertaler vrijheden die een andere vertaler nooit zou nemen, door passages te herschrijven of er zelfs elementen uit te schrappen. Het gevolg is dat de verschillende door Kundera tot "definitief" verklaarde versies niet volledig parallel lopen." Peter de Bruin leest dan rookroman Nikotin van Gregor Hens ("Zoals de roker zijn verslaving romantiseert, zo romantiseert Hens in Nikotin het stoppen; in die zin is hij inderdaad een roker gebleven. Hij schreef dit boek om in zijn besluit te volharden, hoewel hij zichzelf ook in gevaar bracht door zich zo intensief over het onderwerp te buigen.").
In de zomerse interviewreeks van NRC spreekt Elsbeth Etty Anil Ramdas. "Omdat ik het gevoel had dat een essay of een pamflet niet memorabel genoeg zou zijn en niet alle kanten van de problematiek zou kunnen belichten. De zwakte van het personage Badal en van de menselijke conditie in het algemeen in één essay tegelijk behandelen was te veel. In een roman kun je switchen van het allergrootste naar het allerkleinste en daarin een evenwicht proberen te vinden." Volgen fictiebesprekingen, door Arjen Fortuin van Chaja Polaks De verlegen minnaars, "een mooie, maar hier en daar wel erg ingehouden roman", door Auke Hulst van de nieuwe Sri Hustvedt ("De zomer zonder mannen lijkt op essentiële punten te oppervlakkig om te blijven boeien. [...] Maar door [Hustvedts] keuze van bijkarakters, en haar afnemende interesse, bevestigt Hustvedt het vooroordeel waar haar hoofdfiguur zich met recht tegen verzet.") en door Jan Donker van Ross Raisins Waterline. "Raisin kan geweldig schrijven; ook in de grauwste episodes blijft zijn cadans feilloos en zijn woordkeus authentiek. Hij heeft met Waterline opnieuw een sterke proef afgeleverd, maar de zwakke punten dringen zich hier wat meer op dan in zijn debuut."
Jolande Withuis, ten slotte, over Mary McCarthy's De groep: "Maar de pen waarmee ze de besognes tekende van haar voormalige medestudentes - hun woninginrichting, jurken, mannen en de gekelderde waarde van de familieaandelen - was behalve geestig ook vinnig. Ik vind het lastig te bepalen tot welk genre De groep moet worden gerekend, en ik heb de indruk dat McCarthy daarover ook zelf aarzelde."

In Vrij Nederland leest Carel Peeters
de brieven tussen Sigmund Freud en
Martha Bernays, "getuigen van een stormachtige tijd waaraan veel emotioneel vuurwerk te pas komt", sterker, het zijn "in alle opzichten zuivere liefdesbrieven [...] omdat er uiteindelijk weinig substantieels in staat: geen psychologische, diepzinnige uiteenzettingen, maar vooral liefdestaal, liefdesgedo, liefdesverklaringen, liefdesstemmingen, gepraat over ouders, familie, vrienden, huiselijke zaken en een beetje over het werk". Vonne van der Meer weet een neutrale scène uit Murakami's Ten zuiden van de grens seksueel te lezen en Lex ter Braak leest de onlangs vertaalde roman van Aris Fioretos ("De laatste Griek is niet moralistisch maar heeft alles in zich om ons uit onze slaap te houden. Zijn onsterfelijke held zoemt in een vergeefs gesloten wereld overal.").
En: korte besprekingen van Erik Menkvelds Het grote zwijgen, Lawrence Hills Het negerboek, Sherwood Anderson's Winesburg, Ohio, Mensje van Keulens De verhalen, Tim Davys' Amberville, Ewout Klei's Klein maar krachtig en Pausanias' Beschrijving van Griekenland.
Drie recensies, deze Parool, waarvan die van Arie Storm het duidelijkste is: "Renske Jonkman (1982) schreef met Zo gaan we niet met elkaar om een nogal Nederlands romandebuut. Dat heeft prettige en minder prettige kanten." Die laatste overheersen, blijkt al snel.
In HP|De Tijd sprak Vivian de Gier Robbert Welagen (Porta Romana), over de onverkoopbaarheid van zijn werk: "Mijn boeken kunnen juist aantrekkelijk zijn voor drukbezette mensen. Ze zijn van een goede lengte - ik neem niemands tijd al te lang in beslag. Ze zijn begrijpelijk, spannend... Ik denk dat er nog een groot publiek te winnen valt". Geen Max Pam, wel Dries Muus, die vindt dat Thoméses Grillroom Jeruzalem "een beter, verrassender beeld van het conflict [schetst] dan de meeste nieuwsitems of achtergrondartikelen". Hij gaat ook in op Grunbergs Brieven aan Esther, en Pauline Bijster las David Kirkpatricks Het Facebook effect.
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening