zondag 17 juli 2011 door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen
Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Niettegenstaande de vakantie een flink gestoffeerde bijlage met aandacht voor Stefan Kiesbye, Ali Smith, Antonio Pennacchi, specials rond de biografie en de graphic novels en enkele interviews.
In Een meisje van hiernaast draait Stefan Kiesbye de lezer op allerlei manieren een rad voor de ogen, merkt Fleur Speet op in Uitgelezen, de boekenpagina's van De Morgen. De in Los Angeles wonende Duitse auteur legt "de nadruk in dit boek op het fysiek waarneembare (...) het draait hem om de verstikking van de familiebanden, om de kluis waarin je als kind in opgroeit". Na Maalstroom verschijnt nu Het blauwe kind, een vertaling van de roman van de Franse psychoanalyticus Henri Bauchau (1913) uit 2004. "Een erg doorwrochte en reflectieve roman" over de langdurige therapie van een psychotische jongen, stelt Dirk Leyman voor wie de roman "iets abstracts" behoudt "alsof je in een wassenbeeldmuseum rondloopt". Voor De affaire-Koerilov greep de Frans Russische Irène Némirovsky naar de nadagen van de Russische tsarentijd en het prerevolutionaire klimaat met de bolsjewieken, in die roman (uit 1933) gaat ze "behendig om met spanning, in een franjeloze, rechttoe rechtaan stijl met een droevige, zwartgallige ondertoon" constateert Dirk Leyman die zich ook nog buigt over Concert voor een gestorven engel van Eric-Emmanuel Schmitt. De Belgische succesauteur werpt daarin interessante vragen op "maar de manier waarop Schmitt ermee aan de slag gaat, is van een soms tergende zoetsappigheid en baadt in een klef positivisme". Bij het verschijnen van The Tao of Travel, een beschouwing van Paul Theroux over vreugde en ellende van de reis en de reisschrijver staat Rudi Rotthier even stil bij dit belaagde genre. Twee recente werken vonden nog onontgonnen terrein, John Gimlette beschrijft in The Wild Coast de drie Latijnse Amerikaanse landen die niet latijns zijn, het Franse en Engelse Guyana en het Nederlandse Suriname :
"Gimlette verweeft mooi geschiedenis en ontmoeting, en schetst een beeld van verval en doem, maar tegelijk ook van schoonheid en fascinatie" en de Italiaans-Engelse schrijver-journalist Andrea di Robilant, haalt voor Venetian Naviagators zijn grootste inspiratie uit historische bronnen: een verslag van ene Nicollo Zen die tweehonderd jaar na datum de reizen van zijn Venetiaanse voorouders beschrijft. Di Robilant weegt nu af in hoeverre de reis van de broers Zen echt verhalen over Amerika kan hebben opgeleverd, en in het algemeen misschien wel meer echt dan verzonnen was, "een fascinerend boek".
In Kort reizen enkele signalementen door Dirk Leyman: Metronome van Lorànt Deutsch, Ascona. Bezield paradijs van Enno van der Eeden ("brengt het artistieke gekonkel in het dorp nauwlettend in kaart"), Labyrint Europa. Alle latere reizen van Cees Nooteboom, "het betrokken en toch genuanceerd portret" van George Orwell door Marco Daane in Het spoor van Orwell. De laatste in het rijtje is Eten! lezen! vrijen! , de gebundelde Frankrijktrilogie van Bart Van Loo "toont de enthousiaste vulgarisator Van Loo - die even snel spreekt als hij schrijft - in overdrive". In De minnaars van Vendela Vida ligt voor Marnix Verplancke "alles net iets te veel voor de hand, en om iedere hoek komt er wel een cliché kijken, Verplancke behandelt ook heel kort Het negerboek van Lawrence Hill, O,een presidentiële roman van Anonymous (na vijftig pagina's bij het oud papier gegooid) en Elk verloren land van Steven Heighton (werpt stevige ethische op pen in verband met engagement en politiek activisme). In De zomer van de lezer overschouwt Alain Platel zijn boekenkast.
In Knack een bijdrage van Frank Hellemans over De vrouwen van Rome, de geschiedenis van het Romeinse rijk vanuit vrouwelijk perspectief door Anneliese Freisenburch. Piet de Moor heeft zich kostelijk geamuseerd met de verhalen van Dezsö Kosztolányi, gebundeld in De avonturen van Kornél Esti en Jan Stevens las Het Mussolinikanaal van Antonio Pennacchi "een bijzonder rijk en doorleefd beeld van Italië onder het fascisme". Tot slot ziet Maarten Dessing hoe Robbert Welagen in Porta Romana een mooie draai geeft aan het thema geheugenverlies,maar "het is jammer dat Welagens taal te vlak is voor het verhaal dat hij kwijt wil".

Kathy Mathys is in De Standaard onder de indruk van Tweedehands wereld van Lloyd Jones: "een donkerder boek dan Meneer Pip, dat vol humor en lichtheid zat. Toch is het niet somber of defaitistisch, want zo'n schrijver is Jones niet. In zijn wereld maakt iedereen kans op een moment van gratie". In Kort vermeldt Peter Jacobs Cees Nootebooms Labyrint Europa. Alle latere reizen, de verzamelde reiscolumns uit de periode 1967 tot 2008. En Mark Cloostermans kan zich voorstellen dat Grillroom Jeruzalem bij veel geëngageerde mensen in het verkeerde keelgat zal schieten. Maar de recensent "was wel gecharmeerd door Thoméses harde humor, gebracht met een stenen gezicht". Naast deze recensie ook een interview met historicus Simon Sebag Montefiore over Jeruzalem. De biografie. Prometheus bracht deze week twee toneelstukken van Tom Lanoye uit, Mark Cloostermans las De Russen! en Bloed & rozen en ziet de verschillen : "Bloed & rozen toont de kracht van Lanoye als dramaturg: dit is een stuk waarin de structuur, de rolverdeling en de spiegeleffecten tussen deel 1 en 2 van groot belang zijn. Het is een stuk dat af is, terwijl De Russen! een open tekst blijft, redelijk rauw en overvloedig materiaal waarin een regisseur nog duchtig moet wieden.." Waardering van Filip Van Ongevalle voor Peter Winnen die in Koersdagen zijn columns bundelt: "een renner die niet alleen hard kan trappen maar ook een aardig potje kan schrijven". Met Het kabinet van de familie Staal brengt Yolanda Entius een roman die "verspringt van typisch Hollands realisme naar een gefantaseerde burgerdroom, die ontaardt in een burgernachtmerrie. Soms een absurdistisch toneelstuk, soms een wat te voor de hand liggend psychologisch drama", of " geslaagd humoristisch, maar inktzwart familieportret" de slotsom van Maria Vlaar. Spraakmaker van de week is Gevallen van Karin Slaughter, John Vervoort kwoteert de thriller met vier sterren. En uit de vakantierubriek De Ingeving leren we Bart Moeyaert tot zichzelf kan komen en rust vindt aan zee of in het zwembad.

In Trouw spreekt Joost van Velzen de biografen van Reve, Wolkers en Elsschot. Nop Maas over het conflict met Schafthuizen, waar hij geen last van heeft: "[Het boek] was immers al af. Bovendien wás ik al gebrouilleerd met Schafthuizen, waardoor ik, toen ik ermee bezig was, dus ook geen last heb gehad van zijn bemoeienissen." Onno Blom (de biograaf van Wolkers): "Ze noemen biografen ook wel eens lijkenpikkers en in wezen zijn we dat ook een beetje." Dan is Vic van de Reijts reactie natuurlijk: "Ik mag niet mopperen. De dood van Reve is nog vers. Elsschot was al bijna vijftig jaar dood toen ik eraan werkte. Bovendien was zijn weduwe zo verstandig om één dag na zijn overlijden achter hem aan te gaan, waardoor ik alleen met zijn kinderen en kleinkinderen te maken had."
"Hier wordt niet naar het avontuur toe gevlucht, maar ervandaan." Jann Ruyters leest Siri Hustvedt en Monica Ali en ziet opmerkelijke overeenkomsten. Over De zomer zonder mannen, van de eerste: "Het platteland brengt ook weinig plot teweeg, de meest ingrijpende gebeurtenissen zijn een beroerte en een hitsig borduurwerk van een bejaarde handwerkster." Maar over Ali's Untold Story: "Wie toch uit is op een strakke spanningsboog, kan deze zomer beter terecht bij een andere, meer radicale ontsnappingsfantasie, een bizar sprookje eigenlijk." Ronald de Rooy dan, vindt Antonio Pennacchi's Het Mussolinikanaal "om verschillende redenen een boeiende leeservaring", onder andere: "Bijzonder origineel is de figuur van de nuchtere, volkse verteller die ondanks zijn fascistische denkbeelden toch redelijk sympathiek en vooral authentiek overkomt. "
Ja, het is zover: de komkommertijd is nu zo nijpend dat alle bijlagen van de Volkskrant worden samengeperst tot "Intermezzo" en een lifestylesausje krijgen. Met, niettemin, een aardig en idyllisch geïllustreerd (foto's van Van der Kwast in Noord-Italië) interview met Ernest van der Kwast (foto). Sara Berkeljon interviewde hem. Over de capriolen rond de NS Publieksprijs: "Ik wil gelézen worden. Literatuur is hetzelfde als korfbal. Het is gewoon niet sexy. Ik zag de nominatie als een kans mijn boek te promoten." Over in India zijn: "Het is heerlijk om in een bus te zitten met het aantal mensen dat voorheen mijn hele lezersaantal was. En ik heb natuurlijk mijn moeder. Mijn moeder ís India." Daar gaat dan ook de rest van het interview over.
De boekenbijlage wordt verder in Intermezzo voortgezet met een "Lekker lange leeslijst", samengesteld door anonieme Volkskrant-specialisten, te beginnen met graphic novels. Over Heinz: "Een kunstvorm is pas gerijpt als hij belachelijk kan worden gemaakt en dit boek van René Windig en Eddy de Jong is beslist een parodie." Met verder, net als in de VN-lijst hieronder, Frederik Peeters, Tim Enthoven en David Small, maar ook klassieke auteurs als Eisner en Spiegelman. Er zijn ook drie pagina's echte recensies, waarin Joost Pollmann schrijft over de graphic novel Pantani ("De heroïek is hier vervangen door een tamelijk langdradige weergave van het journalistieke onderzoek van Philippe Brunel, waarbij het zwaartepunt ligt op diens geschreven commentaren en niet op de visualisering daarvan, terwijl het bestaansrecht van een verstripping toch aan het verbeelden moet zijn ontleend.") en Arjan Peters, ten slotte, over het debuut van Renske Jonkman, Zo gaan we niet met elkaar om. Hij had liever wat passages geschrapt zien. "Dan hadden we een sterker boek overgehouden - al zou dán de hoofdpersoon een ijdeltuit blijven." Maar "toch is dit boek niet mislukt. Dat komt door Jonkmans humor [...] en door de omzichtigheid waarmee Jonkman Hazels drama aanroert".
De Boekenbijlage van NRC Handelsblad (waarvan de website overigens een nieuw uiterlijk heeft, met het archief deels verschoven naar de webwinkel) opent met een stuk door Edzard Mik, die in de aanloop naar de Pekingse Boekenbeurs door China reist. "Uiteindelijk rollen de mensenrechten mijn mond uit voor ik er erg in heb. Waar moet je als Nederlander ook anders over praten, mensenrechten zijn het enige waarmee je jezelf een positie kunt geven in dit grote, onbevattelijke land, al weet ik ook niet of Liu iets aan de eerbiediging ervan kan doen en of het dus eigenlijk schaamteloos is hem op de feilen van de Chinese staat aan te spreken. "Wij interpreteren de mensenrechten anders dan het Westen", zegt hij zonder de geringste aarzeling. "Voor ons is het belangrijkste mensenrecht dat er voor iedereen eten en huisvesting is." Robert Gooijer schrijft vervolgens het recept voor een literaire thriller: "Men neme ten eerste een vrouwelijk pseudoniem als men een man is." En: "Uw hoofdpersoon is rigoureus contemporain in haar voorkeure
n en dromen." Tja.
Marieke van Twillert dan, in gesprek met Woutertje Pieterse- en Dioraphte Jongerenprijswinnaar Benny Lindelauf: "Toen ik Heivisj begon te schrijven was het alsof iemand tegen me zei: ga de oceaan op en vang me een vis. En ik ging de oceaan op in een eenvoudig bootje. Alleen ving ik geen vis, maar een octopus met acht armen. Een reuzenoctopus. En iedere keer als ik dacht dat ik een arm binnenboord had, floepte er weer een andere uit. Dat gevoel had ik de eerste vier jaar van het schrijven."
Ger Groot onderzoekt de aantrekkingskracht van Gregor von Rezzori's Een hermelijn in Tsjernopol ("Misschien is het juist die onderkoelde naïviteit die Rezzori"s proza zo onweerstaanbaar maakt. Elegant en trefzeker tovert hij een wereld voor ogen die je onvermijdelijk voor zich inneemt - terwijl de opkomende bedenkingen net voldoende afstand en speelruimte scheppen om je als lezer niet misleid te voelen.") en Toef de Jaeger las Tatiana de Rosnay's "verschrikkelijk slechte boek" Het huis waar jij van hield. "Wie kan zich nog interesseren voor dit tweetal, murw gebeukt als hij of zij is door zo veel kitsch en plat sentiment," vraagt ze af. (Interessant: de toon is in NRC Next veel pittiger, hilarischer: dit nieuwste boek is "nog erger dan haar vorige romans. Kan dat dan - zullen sommigen zich afvragen na Haar naam is Sara. Ja, en het moet gezegd: dat is knap". Echte liefde, echte clichés en beroerde stijl: "Lees dit boek dus niet." Waarna twaalf tips volgen: How to bluff your way into Tatiana de Rosnay.)
Vrij Nederland wijdt zich dit nummer aan de graphic novel. Met de vaststelling dat "de graphic novel een volwassen kunst geworden is", interviews met Joe Sacco (door Toon Horsten) en Thé Tjong-Khing (door Peter Breedveld), en 65 literaire strips kort besproken. "Als je een verhaal brengt," stelt Sacco (foto), gevraagd naar zijn mening over objectiviteit, "dan is het objectief als je twee kampen aan het woord laat. Ik heb geen probleem met die manier van werken, maar dat betekent nog niet dat elk van die twee partijen met evenveel recht de waarheid kan claimen." En: "Mijn punt is: gooi die filters weg en luister naar wat de Palestijnen zélf te vertellen hebben. Ik wil Palestijnse stemmen laten horen. Die stemmen kunnen zich vergissen, je voelt je er niet altijd comfortabel bij, soms zijn ze zelfs slecht voor hun eigen zaak. Maar luister gewoon naar wat ze zeggen." En Thé Tjong-King is "met striptekenen gestopt omdat hij steeds hetzelfde moest tekenen en altijd tegen deadlines moest vechten. "En bij strips wordt elk plaatje dat je tekent, vermoord door het volgende plaatje. Aan de andere kant kun je op die manier heel mooi beweging suggereren. Ik ben er heel dubbel over.
Verderop in VN, ten slotte: Willy Vlautin over Lean on Pete: "Ik heb altijd erg gehouden van boeken die met bloed zijn geschreven. Boeken die geen oefening zijn in taal. Die niet zeggen: kijk eens hoe slim en hoe geleerd ik ben. Mijn favoriete romans zijn een poging om in leven te blijven."
In Het Parool besteedt Hans van der Beek aandacht aan de PR-stuntjes rond drie debutanten (zoals Arjen Fortuin twee weken geleden al deed): Renske Jonkman (met haar in de trein "verloren" hoofdstuk), Christiaan Alberdingk Thijm (met zijn juridische brief aan boekverkopers) en James Worthy (grootschaalse social media-bombardementen). Weinig nieuws. Wel recensies. Arie Storm prijst Alan Hollinghursts Kind van een vreemde (vijf sterren, "een van de grappigste en tegelijkertijd ook een van de mooiste boeken van dit jaar") en Jasper Henderson leest Peter Høegs De kinderen van de olifantenhoeders ("De schrijver strompelt van pagina naar pagina via krukkige alinea"s en kromme zinnen, zonder één originele gedachte te produceren.").
In De Groene Amsterdammer, deze week in Dichters & Denkers: Kees "t Hart opent een reeks over dikke meesterwerken voor de vakantie met A. den Doolaard. Over De druivenplukkers: "Wat een ongepolijst boek is dit en wat een schrijflust en schrijverlangen komt je eruit tegemoet." En: "Het verhaal is volkomen ongeloofwaardig, dat nam me al meteen ervoor in." Fred de Vries over Lauren Beukes' Zoo City ("alles behalve doorsnee sciencefiction", het "leest als een hippe thriller die zijn vaart dankt aan de tegenwoordige tijd, de ik-vorm, de korte zinnen en de cynische dialogen") en Hassan Bahara over Nazmiye Orals Zehra (het tweede deel is minder. "Een gemiste kans, want Oral bewijst vooral in het eerste deel van het boek dat ze heel wel in staat is om een ingenieus geconstrueerd verhaal op te zetten dat geen modieus mystiek geneuzel behoeft om de lezer te boeien.")
Het is nu duidelijk waarvoor HP met het archiefnummer met Hans Wiegel geld uitspaarde: het dikke zomernummer van HP|De Tijd bevat proza van Bert Wagendorp, Janneke van der Horst, Bill Mensema, Peter Middendorp en Joubert Pignon. En reisverslagen van "schrijvers op reis" Maarten 't Hart, Jan Cremer, Esther Gerritsen, Peter Buwalda, Kees van Beijnum, Raoul de Jong en Cees Nooteboom.
Ook Pauline Bijster las A.F.Th. van der Heijdens Tonio, en vraagt zich af waarom zulke boeken geschreven en gelezen worden. Geen antwoorden: "Ongetwijfeld is Tonio een schitterend betoog. Maar ook loodzwaar om te lezen." Met korte interviews met echte critici Arjan Peters en Joost Zwagerman. Bijster interviewde ook Joubert Pignon, beoefenaar van het ZKV-genre. Over A.L. Snijders: "Een geweldige man met een Dalai Lama-achtige uitstraling." En over zijn eigen verhalen: "De meeste bede
nk ik tijdens het wandelen. Mijn loopritme zit erin." Vivian de Gier interviewde Herta Müller exclusief: "Er zijn mensen die totaal niet over [de Sovjet-werkkampen] spreken, nooit. Schrijven is een kracht, praten is ook een kracht. Maar beide kunnen ook vernietigend zijn."
Dries Muus dan, met dertien boeken die meemogen op vakantie, geïllustreerd met een zeer gebruinde, in bikini geklede dame, wijdbeens met boek, en de boekomslagen (die van Toergenjevs Liza is de eigenaardigste, daar hebben ze voor een oude, Engelse editie gekozen). Muus stelt voor: Arnon Grunberg, Huid en haar, Michel Houellebecq, De kaart en het gebied, Philip Snijder, Retour Palermo ("De onheilspellend-broeierige sfeer is zeldzaam goed getroffen."), Joris van Casteren, Het zusje van de bruid, Miquel Bulnes, Het bloed in onze aderen ("combineert de beste eigenschappen van de intelligente thriller met die van de doorwrochte historische roman"), Ivan Toergenjev, Liza, Henrik Ibsen, De zomer beschrijf je het best op een winterdag, Maria Stahlie, Scheerjongen, Raymond Carver, Beginners, Justine le Clercq, De roemlozen, Simon Vestdijk, De koperen tuin, Vic van de Reijt, Elsschot, en Ian McEwan, The Comfort of Strangers. Hij raadt Jeroen Brouwers' Bittere bloemen en Johan de Booses Bloedgetuigen af.
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening