Literair supplement - aflevering 58

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Een zeer divers aanbod deze week, met aandacht voor o.a. Graham Swift, Alan Hollinghurst, Bram Dehouck, Tanguy Viel en P.F. Thomése en vele anderen.

 

Orange Prizewinnares Téa Obreht op de cover van de Standaard der Letteren. De krant publiceeert een interview uit The Guardian met de jonge Amerikaanse met Balkanroots. Over bijgeloof, vampieren, de dood van haar Servische grootvader en het moment dat ze in de Parijse boekhandel Shakespeare and Company haar boek The Tiger's Wife in de etalage zag liggen: "Ik ging uit mijn dak toen ik het zag. Mensen keken naar mij van: wat er is aan de hand met die vrouw? Maar het was zo'n cool moment".

Aanrader deze week is de lijvige roman Het Mussolinikanaal van Antonio Pennacchi. Het familie-epos over de kroostrijke familie Peruzzi die meewerkt aan het droogleggen van de Pontijnse moerasssen lijkt "in een geut neergeschreven" en is "verradelijk knap" schrijft Michael Bellon. En Bram Dehouck toont zich een goed observator en zet zijn personages trefzeker neer, constateert John Vervoort over Een zomer zonder slaap "een misdaadroman omdat er mensen in worden vermoord (..) maar nergens moet een misdaad worden opgelost".

Kind van een vreemde van Alan Hollinghurst is voor Kathy Mathys niet het sterkste boek van de Britse auteur maar: "De sprankelende dialogen, de kronkels van tientallen geesten en de rijke, nauwelijks in een handvol woorden te vatten thematiek, zorgen ervoor dat Hollinghurst blijft bekoren". Stierenvechten, de tweede verhalenbundel van Roddy Doyle, beschrijft Ierse mannen van de middelbare leeftijd, de auteur "toont zich een meester van de gortdroge humor, die het hartverscheurende naadloos in het hilarische kan laten overgaan", aldus Vicky Vanhoutte. Het blauwe kind van de in het Frans schrijvende Henri Bauchau (1913) dateert oorspronkelijk uit 2004 en gaat over een therapeute die een jonge psychopaat behandelt. Al zijn de dialogen haar wat te gekunsteld en de stijl te dichterlijk, Marijke Arijs besluit toch: "Het is vooral een intrigerende roman over vallen en opstaan, over onuitroeibare hoop en over het geloof dat bergen verzet. Want kunst is voor Henry Bauchau de ultieme remedie. Bij deze schrijver heeft de verbeelding altijd het laatste woord".

 

Luuk Gruwez buigt zich in zijn maandelijke poëzierecensie over Ezelskaakbeen van Peter Ghyssaert en ziet een constante, de dichter "rekent het zich als taak aan te focussen op het herstel van een contact dat door dood of ziekte verbroken is of verbroken dreigt te worden. Aan de orde is het in principe onherstelbare". Mark Cloostermans grijpt de gehypete Nederlandse romans van het moment, James Worthy ("plat, heel plat") en Samaritaan van A.H.J. Dautzenberg (na 200 bladzijden snak je naar een glimp van stillistische ambitie) aan tot enige bedenkingen over schrijvers als mediafenomenen: "Volgende week is er weer een ander fenomeen, een andere campagne die "ophef" maakt, een andere schrijver die "controverse" veroorzaakt? Zegt dit iets over de literaire wereld, of over de media? (...) Hoe halen we de literatuur weer uit de society-pagina's, zonder meteen in het reservaat te belanden? Griezelige vragen, die een stuk relevanter zijn dan de boeken van deze fenomenen".  Eveneens in De Standaard ruimte voor Alain de Botton en een bespreking van Nachtboek van Jan Fabre.

 

In Humo aandacht voor Oost=West, de gebundelde reportages en reisverslagen van Abelkader Benali over het Midden-Oosten. En Het laatste testament van de Bijbel van James Frey over een eenzame zonderling die zich als een Messias voordoet in New York begint fantastisch, snel "mindert Frey helaas vaart, slaat hij nutteloze zijpaden in () en doorspekt hij de monologen van zijn personages met een haast ondraaglijke meligheid", Kristoff Tilkin kent slechts twee sterren toe. Jeroen Maris' eindconclusie over De zomer zonder mannen van Siri Hustvedt luidt vervolgens: "Het resultaat is een even geestig als slim boek over de vrouwelijke sekse, en alle aanhangsels die daarbij horen - de man, het huwelijk, seks."

 
Ruimte voor recent vertaalde Franse literatuur in Uitgelezen van De Morgen. Dirk Leyman las Paris-Brest van "narratief vernieuwer" Tanguy Viel. Past blindelings in de vakantiekoffer, deze roman met een familieverhaal met Franse erfenis- en geldtoestanden, vindt de recensent: "De wendbare, bij momenten virtuoze stijl van Viel én de soms grimmige humor (...) stuwt deze oneerbiedige roman genadeloos verder, als aanrollende golfjes die telkens aan kracht winnen". In Kort Frans ziet Leyman verwantschap tussen Paul Auster en Céline Curiol, in haar roman Adempauze "imponeert de delicate schriftuur", Jean-Marie Blas de Roblès' Middernachtsberg "mist de envergure van zijn voorganger". En de dubbelhartige herinneringen van Amélie Nohtomb aan haar geboorteland Japan in Gods ingewanden, Met angst en beven en De verloofde van Sado zijn nu als De Japanse romans gebundeld.

Een ongekend verhaal van Monica Ali is lichter en braver dan haar debuut Brick Lane maar "Qua psychologische tekening is het nieuwe boek immers een stuk genuanceerder en gaat de schrijfster veel dieper" stelt Marnix Verplancke. Die ziet hoe de auteur de in een nieuw leven verzeilde prinses Diana heeft neergezet "als een complexe vrouw, met haar sterke en zwakke kanten, en dat maakt haar juist interessant voor de lezer, een hele roman lang". In Kort vraagt Marnix Verplancke aandacht voor Veilig leven in een sciencefictionwereld waarin Charles Yu "iets fundamenteels wil zeggen over onze hedendaagse manier van leven en daar wonderwel in slaagt", ziet hij vettige satire in De vraag van Sam Lipsyte en merkt hij op dat je Pygmee van Chuck Palahniuk lekker hilarisch ontspannen kunt lezen, al erger je je wel aan zijn simplisme.
De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van Jonas Jonasson (foto) groeide in Zweden uit tot een fenomenaal verkoopsucces en verovert nu de rest van de wereld, Han Ceelen sprak met de auteur over zijn feel goodboek dat dankzij de Zweedse boekhandelaren in the picture kwam: "Ik denk dat bijna alle mensen weleens uit het raam willen klimmen net als Allan. Niet om te verdwijnen, maar om hun leven te veranderen. In realiteit is dat meestal onmogelijk, vanwege al hun verplichtingen. Maar in een boek als dit kunnen ze even de illusie koesteren.."

Ook de thriller Voor ik ga slapen van S.J. Watson oogst veel succes, Joost Houteman las dit debuut: "een psychologische misdaadroman waarvan voor een keer het label geen belachelijk epitheton ornans is". Verder in Uitgelezen aandacht voor Nachtboek 1978-1984 van Jan Fabre en een interview met Dirk Pels over populisme.

 

Knack roept de poëziebundel Dichters na mij van Koenraad Goudeseune uit tot boek van de week. Philip Hoorne prijst: "Het is een kunst zoals Koenraad Goudeseune in - of, zo u verkiest, uit - zijn gedichten kruipt. Authentieke poëzie luistert heel nauw. Daarom zijn schitterende dichtbundels zeldzaam. Daarom is Dichters na mij een zeldzaam schitterende bundel".

In Kort heeft Piet de Moor het over Een hermelijn in Tsjernopol van Gregor von Rezzori ("alweer een proeve van Rezzori's weergaloze vertelkunst") en ziet Frank Hellemans hoe vertaler Hunnink recht probeert te doen aan de kromme stijl die veldheer Velleius Paterculus hanteert in Van Troje tot Tiberius. De geschiedenis van Rome.  

 

In de bijlage Boeken van Trouw typeert Rob Schouten de nieuwe Graham Swift, in vertaling verschenen als Was je maar hier, als “een roman als een zacht glooiend landschap”, en prijst het vermogen van Swift “om in woorden te gieten wat bijna woordenloos lijkt. Janita Monna valt “van de ene verbazing in de andere” door de “fantastische logica” van Toon Tellegen in diens nieuwe bundel Schrijver en lezer.

 

Op de openingspagina”s van de boekenbijlage van de Volkskrant zijn er vier sterren voor Odojevski's Het jaar 4338 en andere verhalen – "Zoiets prachtigs heb ik lang niet gelezen”, aldus Sjeng Scheijen –, voor Ascona, Bezield paradijs en voor Volmaakte verdwijning van Derwent Christmas: “Het speelt met schijn en werkelijkheid, op een mooie, ingehouden manier”.

Hans Bouman prijst The Enchanter van Lila Azam Zanganeh, over het werk van Nabokov: “losjes, associatief, springerig en toch coherent”, in een stijl die “onbeschroomd Nabokoviaans” is. Er is een interview met Jussi Adler-Olsen en een bespreking van Vargas Llosa's De droom van de Ier, waarin volgens Maarten Steenmeijer “de herhalingen en de eendimensionale voorstelling van Casements persoonlijkheid de betovering in de weg [staat] die we van Vargas Llosa's vorige stripteasevoorstellingen kennen”. Arjan Peters geeft vier sterren aan Lars Gustafssons De mooie blanke armen van mevrouw Sorgedahl, een “fijnzinnige roman”.

 

Op de middenpagina's van de boekenbijlage van NRC Handelsblad een groot interview met “tijgermoeder” Amy Chua, waarin ze haar Strijdlied van de tijgermoeder enigszins relativeert: “Mensen begrijpen niet dat het boek alle dieptepunten bevat en maar een paar hoogtepunten”. Arjen Fortuin bespreekt het postuum verschenen werk van Jeroen Mettes: “totaal fascinerend en volkomen onbegrijpelijk, een slecht verlichte achtbaan, een lange kettingbotsing van zinnen waarvan er hooguit een handvol logisch op elkaar aansluit.” P.F. Thomése's Grillroom Jeruzalem is volgens Janet Luis “een akelig amusant verhaal over een onoplosbaar probleem.” Toef Jaeger plaatst kanttekeningen bij Chris Adrians Het kinderziekenhuis, maar oordeelt uiteindelijk toch positief: “De bandeloosheid maakt dat je de absurditeit accepteert, en andersom”. Rob van Essen voert als grootste bezwaar tegen Graham Swifts Was je maar hier aan, dat het tempo erg laag ligt; “Dat je ondanks de gebreken toch doorleest, komt doordat de vakman Swift de spanning goed weet te doseren.”

 

In Het Parool laat Arie Storm zich niet bijster positief uit over de nieuwe Graham Swift (foto), Was je maar hier (“hij komt niet snel tot de kern”). Hans Knegtmans bespreekt Een zomer zonder slaap van Bram Dehouck, die “zichtbaar van het geschreven woord” houdt en dat “met indrukwekkende precisie gebruikt”. Dirk-Jan Arensman laat zich ten slotte lovend uit over de “klassieker” Winesburg, Ohio van Sherwood Anderson, onlangs in een nieuwe Nederlandse vertaling verschenen: “Een vertaling die bewijst dat deze 24 verhalen de schok van het revolutionaire misschien zijn kwijtgeraakt - dat krijg je als je school maakt - maar nog niets van hun glans hebben verloren.”

 

Ook in De Groene Amsterdammer Sherwood Anderson (afbeelding), in een bespreking van Graa Boomsma. “Anderson schreef een roman in verhaalvorm over een dorp  op de drempel van de moderne tijd. Die gefragmenteerde vorm, dat doelbewust “verknipte vertellen”, bleek effectiever dan de ouderwetse, negentiende-eeuwse naturalistische benadering via een oorzaak-gevolgverhaal”. Dan Alle Lansu over de nieuwe Patrick Modiano, De horizon, waarin hij “met eenvoudige middelen een geheimzinnige sfeer [weet] te creëren”. “Een merkwaardig genadeloze roman, vermomd als een naïef meisjesboek”, noemt Marja Pruis het debuut van Eveline Vreeburg, Onder pseudoniem. Herman Stevens las Meg Wolitzer, The Uncoupling: “een geestige en betoverende roman over een plaatsje niet ver van New York dat wordt overvallen door een collectieve bekoeling van de liefde”, en: “Het knappe van Wolitzer is dat ze schrijft over de keuzes die vrouwen maken en daar altijd een literaire dimensie aan geeft.”

 

In Vrij Nederland veel korte besprekingen: over het “dromerige” Rivier de Brantas van Alfred Birney, de “indrukwekkende vie romancée over Roger Casement” geschreven door Vargas Llosa (De droom van de Ier), Yolande Entius' Het kabinet van de familie Staal en Een kwestie van geluk van Esther Freud (“geestige observaties”), Magnus van Arjen Lubach (“zijn derde en beste roman”), De vrijwilligster van Antje Visser (“een multicultureel drama”), Tellen en wegen van K. Schippers (“prachtige, prikkelende gedachten”) en de nieuwste dichtbundel van Hester Knibbe, Het hebben van een schaduw: “Klassieke gedichten over tijd en verlies, mooi verwoord”. Ook een e-mailinterview met A.F.Th. Van der Heijden over Tonio, een requiemroman.

 

Volgens Irene Start in Elsevier verdient Jacob Haafners Exotische liefde herontdekking: “Het bevat prachtige, beeldende beschrijvingen van een reis per ligbed langs de zuidkust van India. Haafner brengt een ode aan de exotische natuur van India, aan de ingetogenheid en de beschaving van de bewoners.”

 

In HP/De Tijd houdt Joris van Casteren een pleidooi voor het debuut van James Worthy. Max Pam leest het nieuwste deel uit de Volledige Werken van W.F. Hermans, volgens hem de grootste van de Grote Drie.

Tags: Literair supplement
Geplaatst door Johan Eeckhout/Marleen Louter op 26-06-2011
Verwante berichten
Reacties

In reactie op SdL (Mark Cloostermans): Mark snijdt het probleem aan dat ook de literatuur ten prooi is gevallen aan commercie, en dat het moeilijk is om uit dit domein weg te varen zonder weer op een onbewoond eiland terecht te komen. Ik erken het probleem hier wel, maar denk niet dat er iets aan te doen is. Ook boeken moeten vechten om aandacht en tijd van de mensen, net zoals flatscreens en bier en andere producten waar zij hun ellende mee kunnen wegconsumeren. En in dat opzicht is het boek helaas een ietwat vergrijsd middel dat bovendien relatief veel investering vraagt voordat genot volgt. Eigenlijk ben ik van mening, en het doet me pijn, dat het boek en de literatuur in brede zin op sterven na dood zijn. Over 20 jaar, wanneer de babyboomers op hun eind komen, kunnen we de literatuur begraven, samen met theater, kunst, en welja, geloof en politieke stabiliteit. Loop toch door Rotterdam, op een zaterdagavond, en kijk om je heen; wie leest er nou nog? Het spijt me, maar het gaat een bende worden.

geplaatst door Fedor Baflowski op zondag 26 juni 2011 om 17u42
Geef uw mening