donderdag 26 mei 2011 door Marjolein Corjanus
De getuigenis van de Britse oorlogsveteraan Denis Avey over Auschwitz doet internationaal veel stof opwaaien. Er rijzen steeds meer twijfels over het waarheidsgehalte van zijn relaas.
In 2009 maakte Denis Avey (1919) in een interview met de BBC voor het eerst gewag van de wijze waarop hij destijds in Auschwitz 'inbrak'. Hij zou als krijgsgevangene met een joodse gevangene van kleding hebben gewisseld en twee maal een nacht in Auschwitz hebben doorgebracht. Zijn motief: met eigen ogen de gruwelijkheden zien waarover hij in zijn krijgsgevangenkamp Monowitz verhalen te horen kreeg. Hij ontmoette er een Nederlandse jood, Ernst Lobethal, en wist hem chocolade en sigaretten te bezorgen. Mede dankzij die hulp wist Lobethal de oorlog te overleven. Als reden voor zijn lange stilzwijgen voert Avey aan dat hij lange tijd leed aan posttraumatische stress. Bovendien leek niemand vlak na de oorlog geïnteresseerd in zijn getuigenissen.
Met hulp van de BBC-interviewer, Rob Broomby, stelde Avey zijn ervaringen alsnog te boek in The man who broke into Auschwitz. Sindsdien geldt Avey, nu 92 jaar oud, als een held. In de Britse pers volgden vele artikelen over en interviews met de innemende oud-soldaat (zie onder meer de berichtgeving in The Telegraph op 18 en 20 maart 2011). Zijn 'limitless moral and physical courage' werden alom geroemd. In 2010 werd hij door toenmalig premier Gordon Brown onderscheiden als 'British Hero of the Holocaust'.
Toch duurde het niet lang voordat de Britse pers vraagtekens plaatste bij Avey's ongelofelijke verhaal. Op 9 april van dit jaar verscheen er een uitgebreid artikel in de Daily Mail, waarin zware kritiek werd geuit op het waarheidsgehalte van het boek. De krant deed navraag bij historici, overlevenden en nabestaanden en somt de nodige tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijkheden op. Zo blijkt er al in de jaren vijftig een boek te zijn verschenen over een Britse krijgsgevangene, Charles Coward, die eveneens met een joodse gevangene in Auschwitz van plek zou hebben geruild. Het boek, getiteld The Password is Courage, kreeg als ondertitel The Man Who Broke into Auschwitz mee. Dat twee Britten in hetzelfde kamp hetzelfde huzarenstukje zouden hebben geleverd, lijkt wel erg onwaarschijnlijk. Inmiddels heeft het Joods Wereldcongres om nader onderzoek verzocht.
Avey's boek werd al snel vertaald in het Nederlands (als De man die naar Auschwitz wilde, zie bijvoorbeeld het Reformatorisch Dagblad) en in het Duits (Der Mann, der ins KZ einbrach). Ook hierop volgden interviews, zoals respectievelijk met Nieuwsuur eind april en Die Welt medio mei, waarin echter nagenoeg geen enkele kritische vraag werd gesteld.
Daar komt nu van Duitse zijde verandering in met een bespreking in de Frankfurter Allgemeine Zeitung van 19 mei jl. Waar de Britse kritiek zich richt op de historische tegenstrijdigheden in Avey's verhaal, is de Duitse kritiek veel moreler van aard. Zo uit de krant kritiek op zowel de Britse als de Duitse uitgever van het boek, die zich veel meer met amusementsliteratuur dan met historische publicaties bezighouden. Ook zet men vraagtekens bij de integriteit van Broomby. Het persbericht over een Yad Vashem-onderscheiding die zou zijn toegekend aan Avey bleek door Broomby geschreven en ook niet waar. Yad Vashem heeft juist, bij gebruik aan bevestigende getuigenissen, van een onderscheiding afgezien.
De FAZ ziet in journalist en co-auteur Rob Broomby de kwade genius en vraagt zich af of deze de veteraan wellicht als 'melkkoe' heeft gebruikt om zijn eigen roem te bewerkstelligen.
Pogingen om zich andermans leed of heldendom in de Holocaust toe te eigenen zijn er vaker geweest (zie o.m. het uitstekende artikel Stolen Suffering van Daniel Mendelsohn in The New York Times). Een van de vroegste en beruchtste was die van Jerzy Kosinski die in The painted bird (1965) de gruwelijke lotgevallen van een joods kind tijdens de Tweede Wereldoorlog als fictie presenteerde maar de gelijkenis met zijn eigen leven niet ontkende. Nadat een onderzoekster had aangetoond hoe Kosinski in betrekkelijke rust zijn jeugd had doorgebracht, raakten boek en schrijver in diskrediet. En de FAZ meldt een heel recent voorval uit 2009, waarbij het boek Angel at the Fence van Herman Rosenblat, een
Buchenwald-overlevende, sterk geromantiseerd bleek. De Amerikaanse uitgever trok het boek, na hevige kritiek, nog voor publicatie terug (zie ons toenmalig DPM-bericht). En er is ook het ontstellende relaas van de Belgische Myriam Defonseca, die de compleet gefingeerde Holocaustautobiografie Misha. Survivre avec les loups (1997) schreef (zie hier). Berucht is ook de Holocaustmystificatie van Benjamin Wilkomirski die destijds zijn herinneringen verzon aan een Pools concentratiekamp (zie bijvoorbeeld hier).
"Ondanks de vele waarschuwingen lijkt de behoefte aan een weinig zakelijke maar juist menselijke weergave van de genocide in de vernietigingskampen ook nu nog tot een soort literatuur te leiden die vaak sentimenteel en geromantiseerd is, of, nog erger, op regelrechte geschiedvervalsing neerkomt. Avey's boek is niet het eerste boek dat zo ontstaat, maar hopelijk wel het laatste." zo schrijft de krant.
Wie dus over de Holocaust schrijft, gefictionaliseerd of niet, begeeft zich op een dun en wiebelig koord. In die zin is er in de afgelopen vijfenzestig jaar nauwelijks iets veranderd.
Tags:
Polemiek
Geplaatst door Marjolein Corjanus op 26-05-2011
Verwante berichten
Reacties
Geef uw mening
heb het boek bijna uit maar kan me niet voorstellen dat iemand dit uit zijn duim zuigt bah critci .... petje af voor denis avey je zal t maar allemaal meemaken dit mag nooit meer vergeten worden
geplaatst door ger op zaterdag 11 februari 2012 om 18u55