Literair supplement - aflevering 18

Highlights van de literaire recensies uit Nederlandse dag- en weekbladen (en boekenbijlages), periode 12-18 september. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel.

 

In de Standaard der Letteren veel non-fictie deze week, met onder meer een voorpublicatie uit het nieuwe boek van Frank Westerman, Dier, bovendier: "Lichtvoetig draaiden ze in een carrousel rond de tafel, zonder iets of iemand aan te raken. De cirkel die ze beschreven was zo klein dat er voor vier paarden geen plaats geweest zou zijn. Na hun rondedans verlieten ze de majesteitsloge weer aan de tegenoverliggende zijde." Lof voor de Zwitserse schrijver Christian Kracht en zijn Ik zal hier zijn bij zonneschijn en schaduw waarin Lenin op fictieve wijze een sovjetstaat sticht in Zwitersland die zich via een corridor uitbreidt tot in Namibië. Filip Huysegems: "Dankzij de overtuigingskracht waarmee Kracht zijn fantasieën spint, is dit een geinig boek. Maar tegelijk is het ijskoud."

Het interview dat Pieter Steinz van Martin Amis afnam, wordt overgenomen (eerder in NRC), en ook dichteres Eva Gerlach wordt geïnterviewd - door Jelle Van Riet. Aanleiding is de uitgave van Het gedicht gebeurt nu 1979-2009, een soort van verzameld werk. Eva Berghmans vindt van Franca Treur dat ze in haar debuut Dorsvloer met confetti "heldere, allesbehalve hoogdravende zinnen schrijft, waarin ze speelt met Zeeuwse woorden, bijbelse uitdrukkingen en vergelijkingen uit de boerenwereld". En Mark Cloostermans is eerder streng voor een ander debuut, Vulkaanvrucht van de Vlaming Y.M. Dangre "die zijn schrijftalent bevestigt": "Jammer genoeg dwingt Dangre zijn wraakgodin in allerlei situaties en verwikkelingen die weinig toevoegen en steeds onnozeler worden." Maar als het "megatalent" Dangre "volgende keer schrijft over iets wat hem werkelijk interesseert, komt het dik in orde". Hij wijst ook op nog op een "razend mooie epiloog."

 

Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen, wijdt een special aan het festival van het woord Zuiderzinnen (op zondag 19 september). Franca Treur wordt geïnterviewd naar aanleiding van de Selexyz Debuutprijs. "Ik schrijf omdat dat is wat ik het liefste doe, en ik wil op literaire gronden beoordeeld worden. Ik vind het niet eens essentieel dat Dorsvloer vol confetti zich in een reformatorisch milieu afspeelt. Het had ook een commune kunnen zijn, of een van die dorpjes uit de boeken van Dimitri Verhulst. Alleen waren daar cafés, en bij ons niet", zegt ze tegen Han Ceelen. Dirk Leyman recenseert Vaslav van Arthur Japin ("De radertjes van deze roman grijpen fraai in elkaar en Japin houdt de verteltoon strak geritmeerd, (...) doorspekt met de intussen welbekende aforismen."). Christophe Vekeman herleest Jeroen Brouwers, met name de omnibus De jaargetijden, waarin Voorjaarsmoeheid, Zomervlucht, Winterlicht en Warme herfst zijn gebundeld. "Het ogenschijnlijke gebrek aan een hechte link maakt van de uitgave iets bijzonders." Dirk Leyman leest twee Elsschot-boeken, Eric Rinckhouts Grote Antwerpse Willem Elsschot Atlas ("Elke steen waar Elsschot over gestapt heeft, is door Rinckhout van nabij gemonsterd", (...) "bedient vele doelgroepen, van literaire wandelaar tot Elsschotkenner") en Bart van Loo's Elsschot, Antwerpen en Coraline ("een hijgerig relaas dat een hoge vlucht neemt en moeite heeft om weer op zijn pootjes te vallen."(....) "De Elsschotcitaten kletteren over en weer tussen de erudiete tortelduifjes als waren het vuurpijlen."). Verder nog interviews van Paul Demets met drie debuterende dichters Y.M. Dangre, Floris Schillebeeckx en Maud Vanhauwaert. Dangre, zojuist gedebuteerd met de roman Vulkaanvrucht: "Poëzie is het koninginnestuk van de literatuur, de pure, gebalde genialiteit."

 

Bij Knack een recensie van Dieperik van Leo Pleysier. "Met Dieperik doet Pleysier geen moeite meer om de vooroordelen uit de weg te gaan. Hij gaat schaamteloos Kempens", aldus Karl van den Broeck. En: "Als één boek het dezer dagen dus verdient om op de voorpagina's van de kranten te staan, dan is het Dieperik."

 

In Trouw afgelopen vrijdag een interview met Sanneke van Hassel. Joost van Velzen ontlokte haar deze uitspraken: "Het kan niet anders of er is een verband tussen het feit dat ik nogal chaotisch en druk ben en de manier waarop ik schrijf. Ach, een meer bedachtzame stijl krijg ik misschien later. Reken maar niet dat dat zomaar komt."

 

Vrijdag ook sprak Hans Bouman Bret Easton Ellis (foto) in de Volkskrant ("... ik heb momenteel geen roman in me. Sterker, het hele verschijnsel roman is een beetje uit mijn leven aan het verdwijnen. De tijd dat ik romans las om iets van de wereld om mij heen te leren begrijpen, ligt achter mij."). Zaterdag in de boekenbijlage Arjan Peters' bespreking van de nieuwe Jan Siebelink, Het lichaam van Clara ("De gejaagde stijl, ogenschijnlijk onbeheerst, soms bijna onbeholpen [...], met bakvisboekachtige uitroepen ("Wat een tijd ging met dat alles heen!"), zelfs met zinnen die slecht vertaald lijken in plaats van oorspronkelijk Nederlands [...] - dit alles doet aanvankelijk aan of Siebelink deze roman vlugvlug heeft neergepend, tussen drie optredens op literaire avonden en manifestaties door.") en Pjotr van Lenteren interviewt Max Velthuijsprijswinnaar Thé Tjong-Khing. Daniëlle Serdijn prijst in Yves Petry's De maagd Marino "Bruno Klaus' bespiegelingen over literatuur'" Die 'schitteren': ".. over de precisie van het schrijven zelf, over de grote voorbeelden en over dat ‘literatuur moet antwoorden op literatuur'. Machtige alinea's zijn dat, in Petry's briljantheldere stijl.": "Opnieuw een fenomenale roman.' Ranne Hovius leest het begin dit jaar opnieuw verschenen In de ban van de tegenstander van Hans Keilson, dat "de tand des tijds glansrijk heeft doorstaan". En Aleid Truijens ten slotte leest over de Gouden Boekjes in Nederland: "Het "goudenboekjesgevoel" is tijdloos: een warm universum, vol spanning en avontuur, maar nooit bedreigend. De wereld zoals zij bedoeld was."


NRC Handelsblad opende zijn boekenbijlage met lof voor Adriaan van Dis' Tikkop (Pieter Steinz: "Tikkop is rijker, dieper en ook humoristischer dan zich in duizend woorden laat samenvatten. Van Dis lijkt met ieder nieuw boek als schrijver een groeispurt te maken [...] en herbergt in zijn nieuwe roman ook nog een onverwerkte liefdesgeschiedenis, een dubbel verraad, en een vadercomplex dat aan de basis ligt van Mulders gevoelens voor Hendrik. Maar de grootste charme ligt in de laconieke taal.") en afwijzing van Jan Siebelinks Het lichaam van Clara (Elsbeth Etty: "Het lichaam van Clara vertoont geen wonden van het wonder, maar van een bedroevend oppervlakkige zelftherapie. De stijl is navenant."). Dan: Schopenhauer is de 21ste 150 jaar dood, dus Ger Groot essayeert, aan de hand van Schopenhauers Dat ben jij. Over de grondslag van de moraal en vooral Gerard Donovans roman De telescoop van Schopenhauer en ("Een sobere roman, die vooral bestaat uit een dialoog tussen twee mannen. [...] Zelfs door een omgekeerde telescoop bekeken biedt [die] dialoog tussen de graver en de schoolmeester een onthutsende aanblik.").
Hans van Wetering interviewt José Saramago-vertaler Harrie Lemmens, over onder andere zijn vertelstem: "Saramago had iets van twintig pagina's geschreven, maar het liep niet. Toen heeft hij op enig moment een blad in zijn typemachine gedraaid en is hij gewoon maar wat gaan schrijven, uit balorigheid, met alleen komma's, tot hij na verloop van tijd zag dat er iets bijzonders gebeurde; het verhaal begon te lopen." Ron Rijghard beleeft een "dubbelzinnig genoegen" aan de nieuwe bundel van Piet Gerbrandy, Morgen ben ik vrij ("Het plezier bij deze poëzie zit dan ook in het machtsvertoon waarmee de dichter de taal naar zijn hand dwingt. Want wat er rest na een intuïtieve "vertaling" kan wel eens schraal zijn."), Ger Groot leest ook José Eduardo Agualusa's nieuwe roman, Het labyrint van Luanda (ook vertaald door Harrie Lemmens), "een roman als een blokkendoos, waaruit langzamerhand toch een tamelijk overzichtelijk verhaal naar voren komt", en Joyce Roodnat krijgt een mooie grote pagina om Ippolito Nievo's magnum opus te bespreken: 'Lees Belijdenissen van een Italiaan en sta paf.' En ook fraaie woorden voor de vertaler: "Jan van Geldrop vertaalde het boek in het Nederlands als de tarantella: snel, dwingend en zwierig."


In de Republiek der Letteren van Vrij Nederland laat Joost Zwagerman zich in superlatieven uit over Jonathan Franzens Vrijheid: "Een verpletterende prestatie, en een nieuwe standaard in de categorie huwelijksroman, maar ook een nieuwe loot aan de boom die Great American Novel heet." Al plaatst hij ook kanttekeningen. Stilistisch legt Franzen het af tegen de twee cracks Philip Roth en John Updike, aldus Zwagerman. "Jonathan Franzen schrijft op zijn beurt onberispelijk - en dit woord drukt dan ook meteen het gemis uit." Verder een groot stuk over Roberto Bolaño door Jeroen Vullings, waarin hij onder meer diens postuum verschenen roman Het Derde Rijk bespreekt: "Het knappe van de traditioneel inzettende roman is dat we gaandeweg meegezogen worden in een welhaast magische verandering. [...] Het spel is werkelijkheid geworden, bittere werkelijkheid." En een interview met Peter Carey, kanshebber om voor de derde maal de Booker Prize te winnen. "Vroeger ging ik ervan uit dat een schrijver over veel talent en veel ideeën moest beschikken om een boek te voltooien. Ik ben erachter dat één goed idee en een zekere mate van talent het halve werk zijn. Voor de rest komt het aan op de wil om dat boek tot aan de laatste zin af te maken." Er is aandacht voor Microscripts van Robert Walser, een serie reproducties van de handschriften van Walser, die enveloppen, visitekaartjes en paperbackcovers verknipte en gebruikte als schrijfpapier. "Kleine atonale nachtmuziekjes, met plaatjes", aldus Henk van Renssen.

 

In De Groene Amsterdammer noemt Joost de Vries Jan Siebelinks Het lichaam van Clara "een klassieke roman, van een tijdloze klasse'. En Maria Vlaar leest Stefan Zweig: "Eigenlijk is Ongeduld een studie in romanvorm over medelijden."

 

Een boekig Kunstsupplement, deze woensdag, in Het Parool. Joukje Akveld duikt in de theatervoorstellingen die op een boek gebaseerd zijn. Marij Bertram en Hendrik de Leeuw, voorheen uitgeverij Nieuw Amsterdam, zijn begonnen met Bertram + de Leeuw, en vertellen over hun nieuwe bedrijf. Ze bieden een cultureel impressariaat, een aantrekkelijke winstdeling voor de auteur, en e-books voor auteurs van andere huizen: "Omdat veel uitgeverijen niet in het e-book geloven, krijg je een splitsing. Het kan voorkomen dat het fysieke boek van een auteur dan bij zijn uitgeverij uitkomt, en het e-book bij ons." En: "Het gaat niet om de uitgeverij, het gaat om de auteur. En niemand gaat er met een deel van de buit vandoor, het e-book versterkt de auteur alleen maar - zijn bereik, zijn naamsbekendheid." Even zichtbaar als onzichtbaar: de ontwerper van boeken. Maartje de Gruyter interviewde Jan de Boer en Barbara van Ruyven van het 25-jarige Studio Jan de Boer: "Ontwerpen bekijken, even kletsen, snel iets overleggen, kennismaken met auteurs - daar besteden wij veel tijd aan. Je moet elkaar zien en voelen wat er aan de hand is om echt goed te kunnen samenwerken." Dan de boekenpagina's. Arie Storm zet de nieuwe Adriaan van Dis, Tikkop in de hoek: "Mulder zit in een dorp, ergens aan de kust, heus wel mooi, al moet je niet te ver wandelen, want dan krijg je negers met woeste teckels achter je aan." Jasper Henderson looft A.B. Yehoshua's Vriendschappelijk vuur ("... een roman die lang gloeit als een vonkje, maar onder Yehoshua's trefzekere hand langzaam maar zeker, twijgje voor twijgje, uitdijt tot een allesomvattend vuur. (....) Indrukwekkend.'), Hans Hoekstra introduceert Wreck This Journal, Theo Hakkert prijst Karl Ove Knausgårds Engelen vallen langzaam ("een meeslepende, erudiete roman [...] een theologische roman, twee familieromans, een essay en een historisch-filosofische roman ineen") en Dirk-Jan Arensman Julie Orringers De onzichtbare brug (wéér enthousiast: "meeslepend epos", "een literair monument"). (foto: Jan Siebelink, Keke Keukelaar)

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening