Literair supplement - aflevering 27

Wekelijkse rubriek met overzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel (periode 15-21 november).

 

De Morgen Uitgelezen pikte woensdag in een special in, op werk van auteurs die te gast zijn op het Antwerpse Crossing Borderfestival. In De dode republiek bakeleit Henry Smart, de Ierse held en hoofdpersoon van Roddy Doyle's trilogie, op zijn honderdachtste met regisseur John Ford over een filmscenario gebaseerd op zijn leven. Ook in dit slotdeel slaagt Doyle erin zijn stijl te laten harmoniëren met de sfeer die hij beschrijft, vindt Marnix Verplancke. Tijgerwelp en kogelvis op het menu van het poepchique restaurant waar de labiele Gabriel werk vindt bij zijn jeugdvriend Smuts in DBC Pierre dolkomische Licht uit in wonderland. Die auteur is duidelijk goed op dreef in een roman die, tot tevredenheid van Marnix Verplancke "steunt op ernstige fundamenten, en wel de bezorgdheid over de manier waarop onze tomeloosheid ons om zeep dreigt te helpen." Ook op Crossing Border te zien is de Franse debutant Laurent Binet die in HhhH het leven van nazikopstuk Reinhard Heydrich en de aanslag in 1942 van twee partizanen op hem onder de loep neemt. Binet slaagt "met brio in het haasje-over tussen feit en fictie", stelt Dirk Leyman. Die las "een ongemeen meeslepende roman, gevat in 257 korte hoofdstukken, waarvoor je makkelijk een nacht slaap laat." Verder besteedt poëzierecensent Paul Demets aandacht aan twee dichters die op Crossing Border optreden, Scroobius Pip die zijn bundel Poetry in (e)motion opvat als een stripverhaal en zich expliciet richt tot een publiek dat geen poëzie leest en filmicoon én dichter Michael Madsen. Die schrijft in American Badass en in de verzamelbundel The complete Poetic Works gedichten over zijn leven als acteur en over zijn meer persoonlijke, donkere kanten. Nogal wat valse noten vond Christophe Vekeman in het nochtans uitmuntend getoonzette Loflied op een rijpe vrouw van Stephen Vizinczey. Dit heropgeviste boek lijkt "veeleer bedoeld als een ode aan de viriele wereldwijze Vizinczey zelf" die her en der eerder een kortademige pervert lijkt dan een vrijdenkende vrouwenvereerder.

 

Knack Boeken opent met een (wel erg late) recensie van Bart Van Loo over De mensen die God vergat, het debuut van de twee jaar geleden overleden Franse Egyptenaar Albert Cossery (foto). In die verhalenbundel ontleedt Cossery "meedogenloos maar nooit kwaadaardig" de wereld van bedelaars en armoedzaaiers "wiens vadsigheid en je m'en foutisme getemperd wordt door zachte spot en zwarte humor". Bart Van der Straeten licht de documentaire editie van Anton Van Wilderodes debuutbundel De moerbeitoppen ruischten toe, "een schatkamer aan informatie (..) die Van Wilderodes poëtische erfenis weer levendig maakt voor een nieuwe generatie." Philip Hoorne las Dijkshoorn; het vranke proza van Nico Dijkshoorn vergroot de dingen uit en brengt ze zo weer tot hun ware afmetingen terug, merkt de recensent die ook aandacht vraagt voor de milde kant van de columnist en gewezen bibliotheekmedewerker. Verder ook aandacht voor het herdrukte raadselachtige De langzame dood van Luciana B van de Argentijnse wiskundige Guillermo Martínez. Piet De Moor zocht in Berlijn de Duitse strafpleiter Ferdinand von Schirach op wiens laconieke verhalen vol "gewone mensen" die misdaden begaan, wereldwijd hoog scoren. Pure nieuwsgierigheid naar het verhaal en de afloop ervan is drijft die strafpleiter die ook meegeeft dat hij na twee verhalenbundels toe is aan iets anders.

 

Aanrader van de week in De Standaard der Letteren is De vioolbouwer van Auschwitz van de Catalaanse Maria Àngels Anglada. Marijke Arijs looft het dunne boekje als "een uitzonderlijk verhaal over het behoud van menselijke waardigheid in onmenselijke omstandigheden". Aandacht ook voor Paper Trails, de reeks literaire documentaires die Hendrik Willemyns maakte voor televisiezender Canvas. Eva Berghmans brengt een portret van de maker, Willemyns zelf breekt een lans voor Tender is the night van F. Scott Fitzgerald, onderwerp van zijn eerste documentaire. In Legende van een zelfmoord gebruikt David Vann de vele versies die in zijn familie de ronde deden over de zelfmoord van zijn vader. Die leidden tot verschillende verhalen die elkaar tegenspreken en telkens in een andere stijl werden gevat. Kathy Matthys is overrompeld door het werk waarin de auteur vasthoudt aan de emotionele werkelijkheid van zijn leven. Heel wat minder positief denkt ze over Sunset park van Paul Auster, de schrijver lijkt haar te gehaast en onrustig en wordt met een magere twee sterren bedeeld. Net als in De Morgen vorige week illustreert het schilderij De herenclub de recensie van Clausewitz van Joost De Vries. Dit boek zal de buzz wel overleven meent Mark Cloostermans want het bevat genoeg goede ideeën, goede zinnen en sterke scènes.

 

Ger Leppers opent de boekenpagina's van Trouw met een bespreking van het nieuwe boek van Gil Courtemanche (foto), De wereld, de hagedis en ik, een mindere roman dan zijn vorige, hier wint "de journalist het van de romanschrijver. Een eerzaam en tot nadenken stemmend boek is deze roman wèl." Vervolgens een mooi groot stuk naar aanleiding van literair tijdschrift Armada, ditmaal over Joodse identiteiten in de literatuur (Jos Palm: "Voor Durlacher, voor De Winter, en om een ander te noemen voor Marcel Möring, was het Jodendom op zijn minst een last. Een groot deel van hun oeuvre staat in het teken van verzet tegen het pariaschap dat ze onbedoeld van hun ouders meekregen"), in een korte recensie Rob Schouten over Pia de Jongs Dieptevrees ("Dieptevrees is dus voor de helft niet helemaal geslaagd, maar je proeft er door de zwakheden heen nog steeds het talent van De Jong in om ontwrichtende gebeurtenissen koel en indringend te beschrijven.") en Monica Soeting over Ad Zuiderents Van Korreweg naar Korreweg, over Gerrit Krol ("een verrassend, aangenaam leesbaar en intrigerend boek").


In de boekenbijlage van de Volkskrant: De dood van Tolstoj (Arjan Peters, uit het boek van William Nickell: "Als er nu één ding vaststaat, dan is het wel dat Tolstojs vlucht niet naar de eenzaamheid voerde, maar naar de publieke aandacht.") en drie debutanten: Erik Menkveld over Lieke Marsman (Wat ik mijzelf graag voorhoud): "een sprankelende nieuwe stem"; Daniëlle Serdijn over Anna Drijver (Je blijft): "Drijvers onbevangenheid is innemend"; Martijn Wallage over Daan Heerma van Voss' Een zondagsman: "Een bijna perfecte stijl en een wereld opgebouwd uit betekenisvolle details maken [dit boek] desondanks de moeite waard."). Erik Menkveld leest ook Marita Mathijsens nieuwe editie van de verzamelde gedichten van Hans Faverey (foto): Favereys "lezers mogen zich gelukkig prijzen [...] omdat het overgrote deel ervan prachtig is, en omdat het hem minder ongenaakbaar maakt, minder van marmer en meer van vlees en bloed." en Greta Riemersma spreekt Ronald Giphart over zijn nieuwe roman IJsland. De humor die erin zat, sneed hij er voor een groot deel weer uit, ook omdat hij merkte dat te veel gooi- en smijtwerk niet werkte naast de zware ziekenhuisscènes. Er bleef een voor zijn doen sober verhaal over, een boek over ouderschap, liefde en mannen-vriendschap. "Natuurlijk ben ik beïnvloed door wat ik heb meegemaakt", zegt Giphart. Ten slotte: Aleid Truijens over Bart Slijpers boek over Kloos en Perk ("Slijper schreef de uitstekend gedocumenteerde geschiedenis op als een meeslepend, hartverscheurend verhaal, met veel inlevingsvermogen, maar ook met de afstand die nodig is bij zoveel grote woorden van heetgebakerde zielen.") en Lotte Jensen over Dick van Halsema's boek over de tachtigers ("Moeiteloos weet hij zo diep in de Tachtigersliteratuur door te dringen. Maar zijn hermetische schrijfstijl maakt dat Vrienden en visioenen vooral een publiek van ingewijden zal aanspreken.").


Op de openingspagina van de boekenbijlage van NRC Handelsblad houdt Thomas Rosenboom een pleidooi voor de zeventiende-eeuwse schrijver Jacob Haafner (illustratie), wiens werk hij hertaalt: "Haafner is een formidabele schrijver die werkelijk kan emotioneren, die beschikt over humor en wijsheid, en die de lezer niet alleen probeert te winnen voor zijn zaak maar hem daarnaast ook volkomen eerlijk en openhartig vertelt over zijn kleine zwaktes, zijn dromen en ontgoochelingen." Het boek van de week is de uitgebreide editie van het volledig werk van Hans Faverey, bezorgd door Marita Mathijssen, die onder meer tweehonderd nooit uitgegeven gedichten ontdekte. Yra van Dijk beschouwt Favereys oeuvre: "Dingen komen in zijn poëzie tevoorschijn uit het niets, worden even aan het verval onttrokken, waarna de tijd doorloopt en de vernietiging inzet." De ontwikkeling dat seks en literatuur steeds vaker als een onmogelijke combinatie worden gezien, schrijft Elsbeth Etty toe aan het ontbreken van seksuele taboes: "literatuur bestaat bij de gratie van het taboe". In hetzelfde artikel bespreekt ze de literatuurgeschiedenis Venus in minrok van Piet Calis. Arjen Fortuin noemt de nieuwe roman van Tomas Lieske, Alles kantelt, "overcomposed": "Er is niet zo heel veel mis met deze roman (...) maar zeker als Lieske in de slotbladzijden allerlei lijntjes weer bij elkaar laat komen ga je een vorm van avontuurlijkheid missen." Toef Jaeger las de nieuwe roman van de Nigeriaanse schrijver en journalist Helon Habila over oliewinning in Nigeria, Oil on Water, en is verrast dat "een zo betrokken schrijver" als Habila "de politieke boodschap niet wilde laten wijken voor de romanvorm". Rob van Essen bespreekt De onsterfelijken van John Banville, "een fascinerend boek, dat het verdient om langzaam te worden gelezen, met dezelfde aandacht en concentratie als waarmee het is geschreven".


Voor Vrij Nederland spreekt Martje Breedt Bruyn Inez van Dullemen, over haar memoires: "Het museum wilde [mijn notitieboekjes] graag hebben, maar ik dacht: liever toch maar niet. Het voelde net alsof ze een deel van mijzelf zouden meenemen. Die boekjes bevatten veel elementen uit mijn leven. Misschien wil ik daar nog iets over schrijven, dacht ik." De Republiek der Letteren draait ditmaal uitsluitend om non-fictie. Thomas Vanheste spreekt Douwe Draaisma: "Het geheugen heeft een ontwerper en een bezitter. Wij zijn de bezitter, maar het gehoorzaamt aan zijn ontwerper - de evolutie.' Jeroen Vullings is niet bepaald lyrisch over Jaap Scholtens non-fictiewerk Kameraad Baron over de transsylvanische adel: "als schrijver had hij veel meer moeten doen dan andermans verhaal noteren. Kameraad Baron mist als geheel scherpte, blijft te veel in de oppervlakte steken, en debet daaraan is Scholtens gebrek aan verbeelding."


In Het Parool een interview met Anne Wil Blankers door Joukje Akveld over de voordracht dat ze zal geven uit het boek De grote zaal van Jacoba van Velde tijdens de afsluiting van Nederland leest. Blankers vertelt dat ze aanvankelijk bang voor het verhaal was. "Het is toch een treurig boek. Zo'n vrouw die zich langzaam realiseert dat ze in dat verpleegtehuis moet blijven en haar zelfstandigheid kwijtraakt. Dat ze weet daar te zullen sterven." Arie Storm bespreekt Thomas Lieskes Alles Kantelt. "Lieske schrijft geweldig. Soms schuurt hij tegen de regels van de grammatica aan, maar dat heeft ook wel weer iets eigens. [...] Een schrijver mag alles. Misschien mag hij alleen niet de magische wereld die hij met woorden heeft opgeroepen, uit elkaar laten spatten door die wereld te vermengen met een stompzinnig psychologisch concept als verdringing". Dirk-Jan Arensman is licht teleurgesteld over Michael Cunninghams Bij het vallen van de avond. Hij vindt dat het karakter Ethan zo vlak en eendimensionaal blijft "dat je geen moment echt gelooft dat Peter zijn complete leven voor dit verwende narcistje op het spel zet. [...] Dan mag de huiselijke ramp die dat oplevert een verrassende, menselijke draai krijgen, een stevige weeffout is het". Alle Lansu schrijft in zijn bespreking van Stéphane Audeguys Wij de anderen dat het "iets te expliciet beleden moralisme een klein minpunt [is] van deze roman. Het komt ongetwijfeld voort uit Audeguys liefde voor het Afrikaanse continent, waar de schrijver in deze wervelend road novel in uitbundige taal van getuigt". Victor Schiferli ten slotte is enthousiast over het postuum uitgebrachte Gedichten 1962-1990 van Hans Faverey. "De toon is uit duizenden herkenbaar. Liefhebbers kunnen hier jaren mee vooruit."

Tags: Literair supplement
Geplaatst door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen op 21-11-2010
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening