Literair supplement - aflevering 24

Selectie uit de literaire recensies en interviews uit Nederlandse en Vlaamse kranten- en weekbladen, met deze week geruchten en rumoer over en van Jonathan Franzen, Paul Auster, Bart Koubaa, Arnon Grunberg, Peter Buwalda, Amélie Nothomb en vele anderen. (periode 23-30 oktober). In samenwerking met Athenaeum Boekhandel te Amsterdam.

 

Ook De Morgen wist Jonathan Franzen te strikken voor een interview. Marnix Verplancke spreekt met de auteur over politiek, de consumptiecultuur en de mentaliteit van zijn landgenoten; "De gemiddelde Amerikaan wil niet inzien dat hij mee verantwoordelijk is voor het vierkant draaien van zijn land net zo min als hij kan begrijpen waarom de rest van de wereld kwaad is op hem. We hebben hier te maken met gewilde naïviteit." Met Een vorm van leven is Amélie Nothomb toe aan haar achttiende boek; met zichzelf als romanfiguur schreef ze een roman met "puntige bedenkingen over intimiteit op afstand, medelijden én schrijfdrang" die helaas "teleurstellend én weer potsierlijk pathetisch afloopt", een oordeel van Dirk Leyman. Die is onder de indruk van de verhaallijnen, de panache en branie die Peter Buwalda in zijn vuistdikke roman Bonita Avenue tentoonspreidt, al grossiert die zelfzekere debutant in te veel subplots. En Steffie Kouters sprak met Arnon Grunberg, volop in de spotlights met zijn nieuwe roman Huid en Haar. "Sommigen zijn ervan overtuigd dat ik een akelig en slecht mens ben. Van dat beeld kom ik nooit meer af. En ik vind dat ook niet erg. (...) Je weet nooit helemaal wie de ander is. Dat zit ook in het boek. Je hebt altijd te maken met dubbellevens, dingen die ongezegd blijven." Uitgelezen brengt ook een interview met Thé Tjong King en vroeg, met de boekenbeurs in aantocht, bekende Vlaamse auteurs naar hun aanraders. Verder ook nog lof voor Het verdriet van de mediawatcher van huiscolumnist Marc Didden.

 

De Standaard der Letteren pakt deze week uit met een keerdruk; Arnon Grunberg aan de ene en de boekenbeursposter aan de andere kant. Arnon Grunberg werd geïnterviewd door Jelle Van Riet die uitgebreid ingaat op de man-vrouw relaties en kinderen versus ouders problematiek in Huid en haar. Een mooi citaat van Grunberg, die in hetzelfde nummer ook een verhaal over zijn zieke moeder brengt ; "Daarom vind ik Don Quichot en Madame Bovary zo mooi; met beiden loopt het slecht af doordat ze boeken lezen." In Mijn Afrikaanse telefooncel bundelt Lieve Joris niet eerder gepubliceerde verhalen over haar reizen in Afrika en Oost-Europa. Marc Reynebeau ziet hoe Joris niet oordeelt maar van onderuit het dagelijks bestaan beschrijft "waardoor de observatie, die anders nogal abstract zou zijn gebleven, een stuk levendiger en concreter wordt." Kathy Mathys is vrij enthousiast over Michael Cunninghams nieuwste Bij het vallen van de avond, een boek over "dood, schoonheid en kunst, over wat er overblijft van een mensenleven aan de eindstreep" maar vindt het wel minder overrompelend dan Cunninghams eerder werk. Diane Broeckhoven schreef Vergrijzing. Getijdenboek en praat met Eva Berghmans over leven en werk; "Nu mijn moederschap afgerond is, is het schrijven mijn prioriteit. Het is alsof ik mezelf tot bloei voel komen" en een vrolijke bekentenis "in zekere zin is er ook weer een man in mijn leven. Ik heb hem zelf verzonnen en hij is dood, maar Meneer Jules heeft toch maar mooi mijn nieuwe keuken betaald." Lof van Charlotte Zwemmer voor Dier, bovendier van Frank Westerman, die "schildert een groots opgezet impressionistisch landschap van Europa."

 

Knack sprak met Salman Rushdie over zijn nieuwe roman Luka en het levensvuur; het vervolg op Haroen en de zee van verhalen uit 1989. Luka en het levensuur is geschreven voor zijn twaalfjarige zoon Milan maar "het is natuurlijk ook een roman voor mezelf. Luka brengt alle thema's samen waar ik al mijn hele leven als schrijver mee bezig ben. Al geef ik ze in dit boek een aparte, fabelachtige draai." Rushdie geeft ook mee volop aan zijn memoires te werken, want "niemand, behalve ik, kent de waarheid. Ik zit bovenop dit verhaal, en ik weet dat het een goed verhaal is. Er zijn heel rare dingen gebeurd, die je niet zou geloven als ik je ze zou vertellen." Aandacht ook voor een bijzondere bibliografische editie van Een lamentatie van de melaatse koning, uitgebracht bij de negentigste verjaardag van dichter Hubert Van Herreweghen. En een uitgebreide recensie van Huid en haar van Arnon Grunberg door Frank Hellemans. Die ziet in dit verhaal van de neergang van Roland Oberstein aan de liefde een roman van klassieke allure waarmee de auteur zijn donkere visie uit . Hellemans wijst verder op het het verschil in kwaliteit tussen de romans die Grunberg bij Nijgh & Van Ditmar laat verschijnen en de romans die hij elders plaatst; Nijgh & Van Ditmar geldt duidelijk als zijn kwaliteitslabel. Uit haar essaybundel De koning buigt, de koning moordt blijkt weer hoe het leven van Herta Müller werd beheerst door gespannen zenuwen en een vorm van paranoia die ook veroorzaakt werd door de praktijken van de Securitate, een oordeel van Piet De Moor. Verder recenseert Jan Stevens Parrot en Olivier in Amerika van Peter Carey, die stelt daarin diepe vragen over de betekenis en waarde van de democratie en besteedt Lukas De Vos aandacht aan Misdaden, de succesvolle verhalenbundel vol moord en doodslag uit de dagelijkse rechtspraktijk van auteur en strafpleiter Ferdinand von Schirach.

 

Humo belicht Sunset Park van Paul Auster; Frederic Vandromme vindt het "een milde kroniek van aftakeling en ontbinding". En Jeroen Maris las De weldoener waarin de ernstige P.F. Thomèse de krachten bundelt met de glunderende speelvogel in hem, wat leidt tot een groots resultaat. Dier, bovendier is dan weer een aantrekkelijk en filmisch maar Frank Westermans poging om de lippizaners aan het nazi rassenprogramma te linken is "te krampachtig".

 

Rob Schouten leest deze week in Trouw De onsterfelijken, de nieuwe roman van John Banville, een schrijver die "diepgang met fijnzinnige brille" weet te combineren. Jann Ruyter leest Joost de Vries' Clausewitz. "Clausewitz bevat zoveel verwijzingen, grapjes, dubbele bodems dat je je juist moet beheersen om een en ander niet alsnog systematisch in kaart te brengen. Ook in dit boek ontbreekt de lyriek een beetje, maar daar wegen spitsvondigheid en brille ruimschoots tegen op." Nels Fahner prijst de "verrassend goede" debuutromans van Peter Buwalda (Bonita Avenue) en Jamal Ouariachi (De vernietiging van Prosper Morél): "Buwalda's observatievermogen en zijn vaardigheid in het beschrijven van explosieve personages zorgen voor spanning in het verhaal." En: "Als lezer [van Ouariachi] word je heen en weer geslingerd tussen sympathie voor de levensvreugde die Morél heeft gevonden en afkeer van het leugenachtige cliché waarin hij leeft." Jaap Goedegebuure ten slotte leest Arnon Grunbergs Huid en haar, dat geschreven is volgens het "procedé van de televisiesoap. [...] Die opbouw stelt Grunberg in staat om de technische middelen uit te buiten waarin hij, begonnen als toneelauteur, het sterkst is: de dialoog en de enscenering."

 

Aleid Truijens schrijft in de Volkskrant mooi groot over Alain Finkielkrauts Een intelligent hart. Hoe romans je helpen in het leven: "Finkielkrauts literaire essays zijn elegante verhandelingen, waarin hij de boeken van zijn voorkeur nauwgezet navertelt, interpreteert en toetst op hun bruikbaarheid voor de moraal. Hij vergeet steeds één ding, en dat is jammer: als deze romans niet zo subliem waren geschreven, hadden ze helemaal niet tot de wereldliteratuur behoord." Hans Driessen leest de essaybundel De koning buigt, de koning moordt (Vijf sterren! "Er is waarschijnlijk geen tweede schrijver die de invloed van de dictatuur op het leven indringender heeft beschreven dan Herta Müller." Maar: "Wie als schrijver zulke hoge eisen aan zichzelf stelt, mag ook het een en ander vergen van de lezer. Müllers essays zijn allerminst lichte kost; het kost moeite om erin door te dringen."). Erik Menkveld over Pieter Boskma's rouwgedichtenbundel Doodsbloei ("... de lezer blijft ondanks een aantal aangrijpende regels en gedichten, toch vooral zitten met gemengde gevoelens over de overvloedige rest.") en Daniëlle Serdijn in twee alinea's over F. Springers Quadriga ("Onnadrukkelijk, losjes - en daarom werkt het zo goed - laat Springer zien hoezeer overheidsdiensten invloed hadden op het leven van volstrekt verkrampte burgers.").

 

In NRC Handelsblad heeft Bas Heijne een gesprek met spionageauteur John Le Carré over diens recessiethriller Our Kind of Traitor. Elsbeth Etty roemt het "Boek van de week", de hilarische en spannende nieuwe roman van Arnon Grunberg: "Deze even geestige als somber stemmende, meesterlijke roman laat zich op vele manieren lezen. Huid en haar is Grunberg op de toppen van zijn kunnen." Meer fictie: Janet Luis leest Jessica Durlachers nieuwste ("Een gewone eenduidige roman is De held dus niet. Het is een oorlogsboek, familiesaga en thriller ineen."), Arjen Fortuin prijst Bart Koubaa's vijfde roman, Maria van Barcelona ("Koubaa vertelt veel, humoristisch en goed genoeg om je bij de les te houden - maar welke les is dat nu precies?") en Yra van Dijk hekelt de emotionele overdaad in Nicole Krauss' Het grote huis ("Er wordt hier zo veel verteld over gevoelens dat er weinig daadwerkelijk te voelen valt."). En Wil Rouleaux prijst de nieuwe vertaling Leven en opvattingen van de kater Murr: "Het is een ernstige fout om aan een boek van E.T.A. Hoffmann te beginnen. Dat wil zeggen: het is een ernstige fout als je voor die dag nog iets anders van plan bent. Je leest twee, drie korte fragmenten, bladert in een vierde, vindt een passage in een vijfde en voordat je het weet ben je lost in the book en is je leven ontregeld."

 

In Vrij Nederland weer een interview met Jonathan Franzen, waarin hij zich uitspreekt tegen het beoordelen van Vrijheid als een morele roman: "Ik probeer niet zin te geven aan de wereld, maar aan een wereld. En wat zo irritant is aan mensen die op zoek gaan naar morele of politieke lessen in een roman is dat ze niet lijken te zien in welke taal een roman wordt geschreven: de symbolische taal van personages en verhaal". Jeroen Vullings bespreekt Grunbergs Huid en haar, waarvan hij het eerste deel van een "wurgende alledaagsheid" vindt: "Wurgend, omdat je bij het merendeel van die vervelende, breedsprakige vertellers je ogen wat vlotter over de pagina's kunt laten gaan, zonder dat je iets ontgaat. Maar hier niet, omdat Grunberg voortdurend spiegelingen aanbrengt in de levens van zijn personages, ze aldus van meer reliëf voorziet, daarmee een benauwder universum schept". De nieuwe roman van André Aciman, Witte nachten, stelt Kathy Mathys enigszins teleur: "Wie zijn werk kent, zal geen verrassing ontdekken. Aciman haalt oude inzichten boven, zoals zijn al vaak verkende idee dat we zelden in hetzelfde moment kunnen blijven. [...] Acimans mengvorm van roman en essay, zo briljant tot uitvoer gebracht in zijn vorige fictiewerk, kan hier minder overtuigen."


In De Groene Amsterdammer deze week kan Xandra Schutte zich niet laten bekoren door Arnon Grunberg ("Grunberg heeft in Huid en haar een net van verwikkelingen om Roland Oberstein geweven, hij springt behendig van scène naar scène, schrijft dialogen waarin mensen prachtig langs elkaar heen praten (met regelmaat) en maakt goede grappen (soms), maar zijn personages zijn vlakke zetstukken van het spel dat de schrijver speelt - ze deren je niet."), en schrijft Piet Gerbrandy over Lorca in Bart Voncks vertaling ("De vertaling wekt, voorzover ik dat met mijn gebrekkige Spaans kan beoordelen, een adequate indruk, maar swingt niet. Vonck is een kundig filoloog, maar geen dichter. Zijn ontzag voor Lorca is te groot.").

 

Op de boekenpagina's van Het Parool interviewt Theo Hakkert Paul Auster. Over de hoofdpersonen van Sunset Park: "Ze breken allemaal mijn hart. Ik voel me zo betrokken bij hun strijd, hun pijn. Ik heb geen woorden voor de tederheid die ik voel bij elk van de karakters." Arie Storm ziet in de tweede roman van Pia de Jong, Dieptevrees, een boek voor een groot publiek ("De clichés zijn bijna tastbaar en gaan je door merg en been."), en Jasper Henderson prijst het debuut van Jamal Ouariachi, De vernietiging van Prosper Morèl ("een ambitieus en rijk boek, dat ongetwijfeld hoge ogen zal gooien als het om de diverse (debutanten)prijzen gaat."). Ten slotte: Victor Schiferli over de nieuwe bundel, Lopende zaken, van Martin Reints ("een dichter die glasheldere gedichten schrijft") en Guus Luijters over Butterfield 8 van John O'Hara ("een goed boek").

 

Elsevier interviewt Isabel Allende over haar nieuwste roman Het eiland onder de zee. Allende vond het interessant om "een courtisane als uitgangspunt te nemen. Hoeren waren de enige zwarte vrouwen die zich aan het slavendom wisten te ontworstelen en financiële onafhankelijkheid voor zichzelf creëerden".

 

In HP|De Tijd veel aandacht voor de schrijvers die op de shortlist van de AKO literatuurprijs staan. Noortje Beumer interviewde Kees van Beijnum over Een soort familie. "Ik heb anderhalf jaar mét dat gezin geleefd, dat is iets anders dan méévoelen," stelt Van Beijnum. "Een bekende uitspraak is dat je als schrijver van je personages moet houden. Dat mag dan waar zijn, maar je moet ze ook naar de rand van de afgrond drijven, want daar begint het pas echt interessant te worden. Een soort familie speelt zich voor een groot deel af aan die rand van de afgrond." In een interview met Vivian de Gier vertelt Willem Jan Otten naar aanleiding van zijn essaybundel Onze lieve vrouwe van de schemering dat hij in zijn essays en verhalen "iemand [uitnodigt] om met mij mee een afdaling te maken in mijzelf. Ik ken mijzelf niet zo goed; dat is eigenlijk steeds het uitgangspunt. En uiteindelijk heb ik altijd een aha-erlebnis: o ja, zo zit het dus. Hier gaat het over. Als ik dat heb, dan weet ik dat het stuk goed is". Oscar van den Boogaard vertelt Suna Floret dat hij "jaren lang gefascineerd geweest [is] door een verhaal van een vrouw die op de boot Herald of Free Enterprise zat, samen met haar minnaar. De boot sloeg om, haar minnaar verdronk en zij overleefde het. [...] Ik vond het een fantastisch ingrediënt voor een drama, en zo ontstond eigenlijk mijn idee voor Meer dan een minnaar." In het interview over Congo - een geschiedenis vertelt David Van Reybrouck dat hij zichzelf overtroffen heeft en op één dag zesduizend worden [heeft] geschreven. Of het ook meteen goed was? "Ja, dat is een van de beste stukken in het boek geworden. Ik heb gewoon vóór het schrijven al veel mentaal werk verzet. Het is net als met het bespelen van een orgel: voor ik een noot heb aangeslagen, weet ik al welke registers er zijn uitgetrokken".

Tags: Literair supplement
Geplaatst door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen op 01-11-2010
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening