maandag 02 juni 2008 door Dirk Leyman

De Oostenrijkse schrijver Peter Handke (1942) doet in de
Rheinischen Merkur een controversieel voorstel om van 24 maart een ‘Europese dag der schande’ te maken. Die dag was het begin van de Navobombardementen op Servië in de Kosovo-oorlog in 1999, die volgden op de etnische zuiveringen in de ondertussen onafhankelijk geworden provincie Kosovo. Handke schrijft: “24 maart 1999, toen de wetschendende bommenoorlog van de Navo tegen Joegoslavië begon, zou voor alle weldenkenden (op de hand van de rechtsdenkenden) voor altijd de datum moeten blijven die de terugval markeert in de Duitse erfzonde, weliswaar met andere ‘voortekenen’ dan bij het nationaal-socialisme, maar even hels. (…) Die dag zou een Europese dag der schande moeten worden, met een hymne die zou kunnen beginnen met ‘Bommen, aanminnige vonken uit de hel, dochters van uranium.’” Peter Handke deed al eerder stof opwaaien met zijn pro-Servische uitspraken. Hij voerde tot consternatie van velen het woord op de begrafenis van de Servische leider Milosevic. Over zijn houding zei hij: "De toorn gaat voorbij, maar het vuur blijft. (...) En wanneer dat nodig zou blijken, zou ik nog hardere woorden gebruiken." Uit dankbaarheid voor zijn inzet voor de Servische zaak, kreeg hij er onlangs zelfs een stuk grond aangeboden, zo melden we
eerder.
Handke gebruikte zijn "hardere woorden" deze keer in de marge van de zaak-Varvarin. Varvarin is een dorpje in Servië waar bij een Navobombardement elf burgerslachtoffers vielen. De Navo vernielde er een brug over de rivier Morava, en de bommen raakten daarbij een groep feestende mensen. Een groep nabestaanden heeft de Duitse staat gedagvaard om een schadevergoeding te eisen. Zie ook de berichtgeving in
Die Presse.
Tags:
Geplaatst door Dirk Leyman op 02-06-2008
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening