vrijdag 14 maart 2008 door Dirk Leyman

In het Weense
Literaturhaus is een tentoonstelling over de Joods-Oostenrijkse schrijver en journalist Joseph Roth (1894-1939) van start gegaan. Er wordt bijzondere nadruk gelegd op de Exiljaren van Roth. In 1933, op de dag dat Hitler in Duitsland aan de macht kwam, vluchtte Roth naar Parijs. De conservatieve melancholicus Roth zou zich een fervent tegenstander tonen van de nazi’s. In de Franse hoofdstad onderhield de schrijver van
Radetzkymarsch (1932) contact, niet zelden in café Tournon, met vele andere (Joodse) Exilschrijvers, onder wie Soma Morgenstern, Klaus Mann, Egon Erwin Kisch, Franz Werfel en Stefan Zweig, en de Nederlanders Maurits Mok en Siegfried en Hilda van Praag.
Roth was al een succesvol schrijver en een invloedrijke journalist die gemakkelijk zijn stukken kon slijten, ook aan de Franse pers. Het geld dat hij verdiende, gebruikte Roth om vele minder fortuinlijke schrijvers te ondersteunen. Toch werd het in de chaotische jaren 30 voor hem en voor de andere schrijvers hoe langer hoe moeilijker aan de bak te komen, zo blijkt ook uit de titel van de in 2005 verschenen correspondentie tussen Roth en zijn Nederlandse Uitgevers Querido en
Allert de Lange,
Geschäft ist Geschäft. Seien Sie mir privat nicht böse, ich brauche Geld (
Kiepenheuer & Witsch). Uitgeverij Allert De Lange werd, op initiatief van Hilda van Praag, een van de belangrijkste internationale uitgevers van Exilschrijvers en zou in totaal 91 boeken van hen uitgeven. Roth zou in 1939 in een armenhuis sterven, een jaar na de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland.
De tentoonstelling in Wenen loopt nog tot 28 mei. Zie ook de berichtgeving in
Der Standard, en het portret ‘Objektivität ist Schweinerei’ over Roth als journalist in de
Sueddeutsche Zeitung. De belangrijkste boeken van Joseph Roth verschenen in het Nederlands nog bij
Uitgeverij Atlas.
Tags:
Geplaatst door Dirk Leyman op 14-03-2008
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening