zondag 09 september 2007 door Dirk Leyman

In Nederland is enige deining ontstaan omtrent
de manier waarop Atte Jongstra is omgesprongen met de bronnen voor zijn roman
De avonturen van Henry II Fix (De Arbeiderspers),
zo meldt
NRC-Boekenblog. In het pas verschenen nummer van het tijdschrift
Hollands Maandblad laat historicus Arianne Baggerman zien "dat Jongstra grote passages, soms van wel vier bladzijden, heeft overgenomen uit negentiende-eeuwse egodocumenten en andere bronnen", aldus
NRC. "Waar ligt de grens tussen literair lenen en ordinair stelen?", zo poneert Baggerman onder de titel
'Het knip- en plakwerk van Atte Jongstra'. De academica heeft ook kritiek op het Historisch Centrum Overijssel, die een expo opbouwde met objecten ‘uit de rariteitencollectie van Henry Fix', die immers een verzinsel was van Jongstra. "In hoeverre kunnen geschiedkundigen hun geloofwaardigheid ‘uitlenen’ ter promotie van een literaire grap en ter promotie van zichzelf?" Jongstra kondigt onder de titel 'Geef mij mijn appels en peren terug' in het volgende nummer van
Hollands Maandblad een antwoord aan.
Voor de roman maakte Jongstra duchtig gebruik van het Zwolse archief. In
De Avonturen van Henry II Fix spitte Jongstra
naar eigen zeggen de autobiografie op van de 'onterecht vergeten, strijdbare en kritische Zwolse schrijver Henry II Fix (1774-1844)', maar algauw werd duidelijk dat het over een stukje vernuftige fictie ging. Zie ook
dit gesprek met Jongstra en deze NRC-recensie van
Hugo Brandt Corstius.
Tags:
Geplaatst door Dirk Leyman op 09-09-2007
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening