dinsdag 17 juli 2007 door Dirk Leyman

Het literaire archief van schrijver, literatuurcriticus en journalist
Adriaan Morriën (1912-2002) is onlangs overgedragen aan het
Letterkundig Museum in Den Haag. Zijn dochters Alissa en Adriënne deponeerden zesendertig verhuisdozen bij het museum, zo meldt
NRC. In de literaire nalatenschap van Morriën schuilen onder meer zijn eerste probeersels als dichter tijdens de jaren dertig, tientallen brieven van Hermans en Reve, een correspondentie met de jonge dichter Jan Hanlo en brieven van collega-dichters als Bertus Aafjes, Gerrit Achterberg, Esther Jansma en Rogi Wieg. Adriaan Morriën was redacteur van literaire tijdschriften als
Criterium,
Libertinage en
Tirade. In 1946 richtte hij ook het blad
Literair Paspoort op. Hij speelde lange tijd een scharnierrol in de Nederlandse letteren en was er vroeg bij om schrijvers als Mulisch, Hanlo, Reve en Lodeizen naar waarde te schatten. Morriën was ook bevriend met W.F. Hermans, met wie hij later hevig gebrouilleerd raakte. Ook Heinrich Böll, Günter Grass en Martin Walser behoorden tot zijn kennissenkring. Zijn voornaamste thema's zijn erotiek, leven en dood en het verwonderde niet dat hij "de theoloog van het lichamelijke" werd genoemd. In 1957 publiceerde hij Alissa en Adriënne, een prozaboekje over zijn dochters. De meeste vermaardheid verwierf Morriën misschien wel met de twee delen aantekeningen en autobiografische verhalen in de Privé-Domeinreeks:
Plantage Muidergracht (1988) en
Ik heb nu weer de tijd (1996). in 2005 verscheen zijn biografie
Lieve rebel (De Arbeiderspers), geschreven door Rob Molin, een "even bewonderend als kritisch epistel aan Morriën": "Zijn 'immorele' levenswandel was een felle reactie op zijn christelijke opvoeding, een gevecht om vrijheid waaraan tijdens zijn leven geen einde kwam." [foto: Adriaan Morriën voor het Ajax-Stadion, foto Ronald Sweering]
Tags:
Geplaatst door Dirk Leyman op 17-07-2007
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening