
Bestaat er dan toch zoiets als een schrijversgen? Niet enkel
de zoon van John Le Carré komt binnenkort met een roman, in Nederland verschijnt deze week bij
Nijgh en Van Ditmar de debuutroman
De boot en het meisje van
Jonathan van het Reve. De 23-jarige aspirant-kok is de achterneef van Gerard Reve en de kleinzoon van Karel van het Reve, een gegeven dat sommige Nederlandse media in opperste staat van paraatheid brengt. Jonathan van het Reve staat beduusd te kijken naar alle commotie die zijn eerste schrijverschreden uitlokken. Bovendien blijkt Jonathans moeder dan ook nog de bekende Nederlandse publiciste Ileen Montijn. Maar de kritiek lijkt vooral gevlast te zijn op Reviaanse wendingen in zijn boek. Toch is Van het Reves novelle
De boot en het meisje eerder bescheiden van opzet. Ze handelt over twee Amsterdamse gymnasiasten die zich beklemd voelen in een suffig Amsterdams jongerenmilieu en met een zeilboot de verstikking pogen te ontvluchten. Die leegheid doet natuurlijk vaagweg denken aan
De avonden van Gerard Reve en volgens
HP/De Tijd is het boek “een kleine aanklacht tegen de lamlendigheid van een bevoorrechte generatie.” Van het Reve had aanvankelijk nochtans geen literaire ambities, maar schreef los uit de pols een pak verhaaltjes, tot een redacteur van Nijgh en Van Ditmar hem aanspoorde om er een boek van te maken. Van het Reve, nuchter, in de
HP/De Tijd: “Ze wisten dat ik er sowieso wel een paar duizend van zou verkopen vanwege alle gratis aandacht.” Van het Reve zit er tegelijk wat verveeld mee: “Het heeft iets gênants om, nog voordat je iets hebt bereikt, al die aandacht te krijgen.” Van het Reve heeft zijn beroemde achterneef Gerard trouwens helemaal niet gekend. Toch is er bewondering, zo zegt hij: “Ik bewonder Reve en mijn opa [Karel van het Reve, dpm] erg om hun stijl, de laatste ook meer om zijn manier van denken.” Dat blijkt alvast uit zijn weblog
Afsmuk waarop Van het Reve zich geregeld dik maakt over de ‘klimaathysterie’ en een paar tegendraadse meningen formuleert: “Misschien drijf ik door, ik weet het niet, maar soms lijkt de hele ‘klimaatconsensus’ wel een kerk. Een kerk met de antropogene klimaatopwarming als leer, en met Al Gore als paus.” Het hadden woorden van zijn grootvader Karel kunnen zijn, die in zijn puntige essays (zoals
Het geloof der kameraden of
Uren met Henk Broekhuis) altijd paraat was om tegen de heersende stroom op te roeien. Het grote voorbeeld van Jonathan blijkt echter de satirische (en later reactionaire) brombeer-schrijver Kingsley Amis te zijn: “Wat ik eerder hoop te kunnen worden is een soort Kingsley Amis, een groot schrijver maar geen genie zoals Nabokov en Homerus.” Kingsley is trouwens de vader van Martin Amis, die hem al snel overvleugelde.
Er werden nog geen reacties geplaatst.