woensdag 14 maart 2007 door Dirk Leyman

Poëzie, waanzin en melancholie: dat zijn de drie kernwoorden van het 38-ste
Poetry International Festival, dat tussen 16 en 22 juni 2007 in de Rotterdamse Schouwburg zijn beslag vindt. Speciale poëzieprogramma’s, films, muziek, lezingen en discussies omlijsten het centrale programma. Lezingen zijn er van de dichter Menno Wigman, die met zijn logboek
Het gesticht een fascinerend verslag schreef over zijn verblijf als ‘writer in residence’ in de instelling
Den Dolder én er ook de sporen traceerde van de beroemdste patiënt Gerrit Achterberg. Jan Lauwereyns bekijkt het onderwerp vervolgens vanuit het oogpunt van de neuropsychologie. Het festival opent met een
Ode aan het woord, een poëzieparade waarin dichters een gedicht voordragen over "zomaar een woord, hun favoriete woord of een in vergetelheid geraakt woord". Veel aandacht krijgt poëzie uit de Kaukasus, door de Arabieren wel eens ‘het gebergte van de talen’ genoemd, een Eurazische smeltkroes van talloze culturen. Dichters uit Georgië, Armenië en Azerbeidzjan krijgen volop de ruimte. Tijdens de slotavond
Weemoed onverklaarbaar wordt de weemoedige teugel geheel gevierd. Aanwezig zijn onder meer de dichters de Fransman Yves Bonnefoy, de Zweedse dichter Lennart Sjögren, de Nederlanders Anna Enquist, K. Michel en Anneke Brassinga en de Vlaming Paul Bogaert. Alle info wordt bijgehouden op de website van
Poetry International.
Tags:
Geplaatst door Dirk Leyman op 14-03-2007
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening