Het Franse literaire jaar kent traditioneel twee piekmomenten. De eerste
rentrée littéraire vindt telkens plaats in september-oktober, met die zenuwslopende rush naar de fel begeerde literaire prijzen als de
Goncourt en de
Grand Prix de l'Académie française. Jonathan Littell en zijn veelbesproken epos
Les bienveillantes mocht
in het najaar 2006 deze twee pluimen op zijn hoed steken. Maar in januari is er alweer een
rentrée, waarin vaak de meer gevestigde namen hun boeken laten verschijnen. Niet minder dan 542 nieuwe Franse (353) en vertaalde (189) romans banen zich in januari en februari 2007 een weg naar de overvoerde Franse lezer, zo telde het vakblad
Livres-Hebdo na. Vanaf maart staat de Franse boekenproductie dan volop in het teken van de presidentsverkiezingen en het duel tussen Nicolas Sarkozy en Ségolène Royal. Vier vroegere
Goncourt-winnaars komen in januari met vers werk. Vooral Jean-Christophe Rufin (
Prix Goncourt voor
Rouge brésil en auteur van
Globalia) zou naar verluidt voor polemisch vuurwerk kunnen zorgen met
Le parfum d'adam (Flammarion), een thriller die het ecologisch radicalisme op de korrel neemt. Volgens Rufin zouden eco-militanten in de nabije toekomst wel eens de gevaarlijkste terroristen kunnen worden. Drie andere vroegere
Goncourt-winnaars zijn eveneens present: Pierre Combescot komt met
Faut-il brûler la Galigaï? (Grasset), Paule Constant met
La bête à chagrin (Gallimard) en Jacques-Pierre Amette met
Un été chez Voltaire (Albin Michel). Er is ook nieuw werk aangekondigd van Jean-Paul Dubois (auteur van het uitstekende
Une vie française), Régis Jauffret, Philippe Delerm, Marc Dugain, Marie NDiaye, Eric Holder en de ook in onze contreien populaire Philippe Besson. Verder zijn er liefst 67 debuutromans voorzien, waaronder
Pomme Q van Emilie Stone, waarin haar
Mac het hoofdpersonage schijnt te zijn. Ten slotte duiken er nogal wat sleutelromans op waarin Franse politici in hun hemd worden gezet. Zie ook dit gedetailleerde overzicht in
Le Figaro.
Er werden nog geen reacties geplaatst.