donderdag 21 december 2006 door Hans Cottyn
Het (toch min of meer)
Verzameld werk van
Richard Minne is kort na verschijnen al aan zijn
tweede druk toe, zo meldt uitgeverij
Van Oorschot trots. Dat is behoorlijk verrassend, want Minne is bij leven en dood nimmer een verkoopskanon geweest – voor zover zijn werk al in behoorlijke edities beschikbaar was. De
Verzamelde Verhalen (1996) verkochten moeizaam en Marco Daanes biografie
De vrijheid nog veroveren (2001) ligt al een tijdje fraai te wezen in de ramsj (zie ook
hier). Heeft de grote persaandacht voor het
Verzameld Werk er iets mee te maken of is de tijd rijp voor een Minne-revival? Lees hier bijvoorbeeld
deze bespiegeling van Erwin Mortier uit
De Volkskrant. Volgens hem was Minne "de eerste anarchist in onze letteren." Minne was een groot bewonderaar van Anton Tsjechov en vergastte een bezoeker in 1954 aan zijn voordeur met de woorden: "awel, u bent de uitgever van Tsjechov, komt u binnen". Die bezoeker was Geert van Oorschot, die zijn
Russische Bibliotheek inderdaad met Deel 1 van de verzamelde werken van Tsjechov liet starten. Meer dan een halve eeuw later verscheen het derde deel van de verzamelde verhalen van de grootmeester op de korte baan. Er blijven nog twee delen van de bejubelde nieuwe vertaling te gaan. De schrijver van
De meeuw krijgt intussen verrassende soorten aandacht. Het Rotterdamse theatergezelschap
Ro theater herneemt Tsjechovs vroege stuk
Platonov en in de laatste zondagseditie van de
Frankfurter Allgemeine Zeitung spreekt Marcel Reich-Ranicki, de bijna 87-jarige knuppel in het Duitse letterenhok, opnieuw met onrustwekkend mededogen over de Rus: "Het fundament van Tsjechov is het zwijgen. Hij toont de mens die in zijn kwelling verstomt." In Siberië steken ze intussen ferm de draak met Tsjechov. In de stad Tomsk is zowaar een standbeeld opgericht om Tsjechov belachelijk te maken. Het stelt “een weke stadsnerd met bril, platvoeten en een dikke jas” voor, zo rapporteert
NRC-correspondent Coen van Zwol op
zijn Moskou-blog. Het is een late revanche van Tomsk op Tsjechov die tijdens een passage het "Athene van Siberië" “een saaie stad” en “een hel” noemde. “De stad is alleen opmerkelijk omdat er zoveel gouverneurs doodgaan.” Tja. Tsjechov leeft, zoveel is zeker. Of om het met Minne te zeggen: ‘
Ik denk aan Tchekof/waar ik loof trek of/Tobbie melk. Altijd./Weemoedigheid.’
Tags:
Geplaatst door Hans Cottyn op 21-12-2006
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening